Martijn Verver schrijft.

Onregelmatig verschijnend

Internet voor dummies

Eind jaren negentig keek ik met grote ogen naar internet en browsers, vanwege de verbazing over “hoe het toch allemaal mogelijk was”. Nu kijk ik naar internet met grote ogen van verbazing hoe het denken over internet toch zoveel obstakels heeft overwonnen.

Tien jaar geleden had ik langdurige meetings met JAVA-programmeurs over de mogelijkheid van uitbreidingen van een website. Nu kan iedereen vrijwel alles bedenken, en er is niet veel overleg voor nodig om te weten: dat kan.

Foto’s publiceren? Ja, dat kan: Flickr.com verzorgt de upload, hosting en beheer én publicatie van al je materiaal. Voor niks of bijna niks. Je moet alleen nog even bedenken of je ze niet ergens anders ook wilt publiceren. Op je eigen site, op een weblog, op meerdere sites, zeg het maar. Met video’s, documenten of presentaties is het niet anders.

Een groot deel van deze vooruitgang is te danken aan de opkomst van het gebruik van de open API op internet, voluit de Application Programing Interface. De API zorgt ervoor dat programmeurs toegang krijgen tot de gegevens op een bepaalde website om deze data te kunnen hergebruiken voor publicatie elders. Of mooier nog, om ze te gebruiken voor het verrijken van andere data.

Gevolg hiervan is dat je eigenlijk niet meer na hoeft te denken of iets kan of niet kan op internet. Alles kan! Dit maakt het denken over internet voor niet-ingewijden een stuk eenvoudiger. Laat je ideeën de vrije loop. Of je nou een community wilt, een videomontage-programma, een archief voor je duizenden foto’s of een evenementenkalender, waar mensen zich nog kunnen aanmelden ook. En de API zorgt er in de meeste gevalen voor dat je de hiermee gepubliceerde inhoud allemaal bij elkaar kan brengen op één plek onder jouw eigen naam, met je eigen merkbeleving.

Maar nog mooier dan het bij elkaar brengen, is juist die ongebreidelde distributie van je materiaal. Ik stuur bijvoorbeeld mijn met de iPhone geschoten foto’s dagelijks naar Mobypicture. Via Mobypicture worden ze vervolgens naar plekken gestuurd als Hyves, Facebook en Flickr. Mijn publiek vergroot zich vanzelf. En wat doe ik vervolgens met mijn Flikcr-foto’s? Die stuur ik automatisch naar Pulse, de sociale netwerkomgeving van de aloude adresboek-synchronisatietool Plaxo. Gevolg? Via deze bereiken mijn foto’s een nog veel groter deel van mijn netwerk. Een deel dat bovendien niet direct op de voornoemde social networks aanwezig is. Ik krijg reacties op mijn foto’s uit hoeken, waaruit ik het niet verwacht. En dat is enorm leuk.

Een soortgelijk voordeel zie ik in de koppeling van dit weblog met mijn LinkedIn-account. Meer lezers, meer reacties. Reacties in het echte leven dan, want ik bereik daar ook mensen die niet hun eerste oprisping direct aan de reacties op een weblog toevertrouwen. Deze ontwikkeling voelt als een enorme bevrijding. Tuurlijk, je hebt nog steeds programmeurs nodig om met deze API’s iets nieuws tot stand te brengen (zoals bijvoorbeeld Mupps), maar het denken over internet kent inmiddels geen begrenzingen meer.

februari 24, 2009 Geplaatst door martijnverver | applications, blogs, mobiel | , , , , | 1 Reactie

Sfeerbeheer in communities

Heather Champ en Derek Powazek geven op Future of Wep Apps een aantal praktische tips over sfeerbeheer in een community. Als de leden van de community tevreden zijn, groeit zo’n community vanzelf. Dus het is van het grootste belang eventuele onvrede in de kiem te smoren.

Heather Champ is Community Manager bij Yahoo! voor Flickr, dus ze spreekt vanuit praktische ervaring. Zo zorgde Yahoo! voor User Generated Discontent door op hun Wii-gamesite foto’s van Flickr te plaatsen met de tag ‘wii’. Sommige flickr-fotografen waren daar niet blij mee en gingen allerlei vreemde plaatjes taggen met ‘wii’, waaronder plaatjes met de tekst “Yahoo! sucks”.

De tips om dit soort onrust te voorkomen:

1. Maak een feestje
Zorg bij downtime voor vertier. Zoals bij de laatste grote update van Flickr een fotowedstrijd werd georganiseerd.

2. Biecht op.
Hou niet de schone schijn op. Zeg het ook als je iets verkeerd heb gedaan.

3. Hou geen scores bij
Scores en toplijstjes zijn alleen leuk bij wedstrijden, niet in een gemeenschap waarin in iedereen zich gelijkwaardig zou moeten voelen.

4. Maak ook offline spullen
Yahoo! heeft via Blurb een boek gepubliceerd met Filckr-foto’s: 24 Hours of Flickr. Succes verzekerd.

5. Vermijd langdurige onvrede
Grote wijzigingen moet je snel doorvoeren. De invoering van het Yahoo ID! heeft 18 maanden geduurd, wat zorgde voor een hoop discussie.

6. Laat de community zichzelf managen
Door functionaliteit als blokkeren en favoriet maken van andere leden.

7. Communiceer wat men kan verwachten
Laat mensen duidelijk weten wat er te halen valt. Laat ze niet zelf naar een gouden ei zoeken dat er niet is, om vervolgens ontevreden te vertrekken.

8. Creeer geen superleden
Zet de trollen – de leden die er alleen zijn om op te ruien – apart. Of verzin andere manieren om ze niet de sfeer te laten verzieken Mooi verhaal van Powazek was van een niet nader genoemde community die de zogenaamde trollen steeds minder bandbreedte toebedeelden. Hun pagina’s laadden steeds langzamer, waardoor ze vanzelf afhakten.

9. Ken je publiek
Zorg dus voor een niet al te grote doelgroep, want dan zijn er teveel wensen, en daar kun je nooit allemaal aan voldoen.

10. Omarm de chaos.
Zodra je nieuwe functionaliteit toevoegt moet je maar afwachten wat men er mee doet. Zo was Yahoo! bij de lancering van GEO-tagging in Flickr bang voor het onstaan van porno-eilanden. Maar het ergste wat gebeurde was dat als je inzoomt op Groenland het woord FUCK is gcomponeerd uit vele fotootjes.

oktober 4, 2007 Geplaatst door martijnverver | Blogroll, Communities | , , | Momenteel geen reacties