Internet voor dummies
Eind jaren negentig keek ik met grote ogen naar internet en browsers, vanwege de verbazing over “hoe het toch allemaal mogelijk was”. Nu kijk ik naar internet met grote ogen van verbazing hoe het denken over internet toch zoveel obstakels heeft overwonnen.
Tien jaar geleden had ik langdurige meetings met JAVA-programmeurs over de mogelijkheid van uitbreidingen van een website. Nu kan iedereen vrijwel alles bedenken, en er is niet veel overleg voor nodig om te weten: dat kan.
Foto’s publiceren? Ja, dat kan: Flickr.com verzorgt de upload, hosting en beheer én publicatie van al je materiaal. Voor niks of bijna niks. Je moet alleen nog even bedenken of je ze niet ergens anders ook wilt publiceren. Op je eigen site, op een weblog, op meerdere sites, zeg het maar. Met video’s, documenten of presentaties is het niet anders.
Een groot deel van deze vooruitgang is te danken aan de opkomst van het gebruik van de open API op internet, voluit de Application Programing Interface. De API zorgt ervoor dat programmeurs toegang krijgen tot de gegevens op een bepaalde website om deze data te kunnen hergebruiken voor publicatie elders. Of mooier nog, om ze te gebruiken voor het verrijken van andere data.
Gevolg hiervan is dat je eigenlijk niet meer na hoeft te denken of iets kan of niet kan op internet. Alles kan! Dit maakt het denken over internet voor niet-ingewijden een stuk eenvoudiger. Laat je ideeën de vrije loop. Of je nou een community wilt, een videomontage-programma, een archief voor je duizenden foto’s of een evenementenkalender, waar mensen zich nog kunnen aanmelden ook. En de API zorgt er in de meeste gevalen voor dat je de hiermee gepubliceerde inhoud allemaal bij elkaar kan brengen op één plek onder jouw eigen naam, met je eigen merkbeleving.
Maar nog mooier dan het bij elkaar brengen, is juist die ongebreidelde distributie van je materiaal. Ik stuur bijvoorbeeld mijn met de iPhone geschoten foto’s dagelijks naar Mobypicture. Via Mobypicture worden ze vervolgens naar plekken gestuurd als Hyves, Facebook en Flickr. Mijn publiek vergroot zich vanzelf. En wat doe ik vervolgens met mijn Flikcr-foto’s? Die stuur ik automatisch naar Pulse, de sociale netwerkomgeving van de aloude adresboek-synchronisatietool Plaxo. Gevolg? Via deze bereiken mijn foto’s een nog veel groter deel van mijn netwerk. Een deel dat bovendien niet direct op de voornoemde social networks aanwezig is. Ik krijg reacties op mijn foto’s uit hoeken, waaruit ik het niet verwacht. En dat is enorm leuk.
Een soortgelijk voordeel zie ik in de koppeling van dit weblog met mijn LinkedIn-account. Meer lezers, meer reacties. Reacties in het echte leven dan, want ik bereik daar ook mensen die niet hun eerste oprisping direct aan de reacties op een weblog toevertrouwen. Deze ontwikkeling voelt als een enorme bevrijding. Tuurlijk, je hebt nog steeds programmeurs nodig om met deze API’s iets nieuws tot stand te brengen (zoals bijvoorbeeld Mupps), maar het denken over internet kent inmiddels geen begrenzingen meer.
De toekomst van webapplicaties
Vorig jaar tijdens de Future Of Web Apps in Londen verkondigde Edwin Aoki van AOL het evangelie van de webapplicaties. Het zou niet lang duren of de hele wereld zou alleen nog maar gebruik maken van webapplicaties. Dit jaar moet hij toegeven dat zijn voorspelling niet is uitgekomen. Betekent dat de snelle opkomst van het gebruik van webapplicaties weer op zijn retour is? Nee, dat zou hij niet willen zeggen. Maar er gaat wel iets mis.
Veel van de webapplicaties die nu worden gebouwd besteden wel veel aandacht aan gevalideerde HTML en CSS, maar daar zit een gebruiker helemaal niet op te wachten. Die wil YouTube en roddels over beroemdheden.
Wat essentieel is volgens Aoki voor we met webapplicaties World Domination kunnen bereiken, is een open software-ontwikkeling. Zoals Open AIM zijn API’s heeft verbeterd en veel restricties in het gebruik ervan heeft meegenomen, zo zouden alle partijen dit moeten doen.
Resultaat van deze ontwikkeling zou zijn dat iedereen met een passie alle beschikbare services aan elkaar kan koppelen, en zo zijn eigen webapplicatie bouwt rondom een bepaalde niche. Developing Web Apps for Dummies. Zodra dat boek in de winkel ligt, zijn we een stap in de goede richting.
Locatie, locatie, locatie
Er zijn makelaars die beweren dat er drie factoren van invloed zijn op de prijs van een woonhuis: locatie, locatie, locatie. Na Future of Web Apps zullen er ook internetondernemers zijn die dit mantra op zullen dreunen. Want naast het sociale web waarover ik (en ook Erwin Blom) eerder een verslag schreef, zijn de locatie gebaseerde diensten in opmars en waren ze onderwerp van gesprek op dit evenement vorige week in Londen.
Als het over Flickr ging, kwam geotagging voorbij. Felix Petersen van Plazes was aanwezig in een gesprek met Jyri Engestrom van Jaiku. En Matt Biddulph van Dopplr – het sociale netwerk voor frequente reizigers – hield het publiek voor dat het zijn doel was een site te bouwen waar je nooit echt heen hoeft. Je moet kunnen meedoen door slimme integratie met third party sites&services.
Tom Coates is in al deze mooie nieuwe diensten de middleman. Namens Yahoo presenteerde hij een nieuwe service FireEagle, die ervoor zorgt dat jij niet meer bij elk van deze locatie-gebaseerde diensten je locatie hoeft door te geven. FireEagle is een nieuwe manier om je locatie te delen met vrienden, websites en diensten. Het is gebouwd op open API’s, zodat ontwikkelaars allerlei diensten kunnen ontwikkelen die jouw locatie als uitgangspunt nemen.
Het nieuwe hieraan is dat de meeste locatie-applicaties twee kanten hebben: ze herleiden je locatie en ze delen deze informatie binnen de applicatie. FireEagle gaat overal tussenin zitten. Stuur je cell-ID naar FireEagle en die vertaalt dit naar je lokatie en deelt dit vervolgens met elke dienst die je via FireEagle authenticeert (Flickr, Dopplr, etc). Maar als je je laptop opent en Plazes ziet waar je bent, dan kan Plazes dit doorsturen naar FireEagle, zodat alle andere applicaties weer op de hoogte zijn.
En dat is pas het begin. Want er komt een moment dat alles een geografische tag meekrijgt, zodat je bij aankomst op een nieuwe locatie direct informatie krijgt over bijvoorbeeld de weersvoorspelling, de luchtkwaliteit, de tijdzone, nearby foto’s, lokale radiostations, et cetera.
Voor het moment dat je even alleen wil zijn, of anders gezegd: anderen niet wil laten weten waar je bent, heeft FireEagle een grote knop bedacht: ‘Hide Me!’
