Social media en de belastingadviseur
Deze post is eerder geplaatst op FISCALIO.nl
Ervaren fiscalisten zijn nog niet erg actief in de sociale netwerken, zo schreef Martijn Betgem in een artikel over de Social Network Fiscalist. De redenen hiervoor zijn divers, maar komen vooral neer op het bekende gezegde ‘Onbekend maakt onbemind.’ En dat is jammer, want het gebruik van sociale media kan de fiscalist zeker diensten bewijzen. Uitgangspunt bij het gebruik van social media is voor vrijwel alle gebruikers communicatie en interactie, die kan leiden tot bijvoorbeeld kennisverwering of een vergoting van je netwerk. Dit laatste geldt zeker voor het zakelijk gebruik van social media. En in de wetenschap dat je doelgroep zich ook steeds meer op sociale netwerken bevindt, is het niet moeilijk om te begrijpen dat je je potentiële klanten daar kan vinden.
In Amerika is een grote franchiseclub van fiscalisten genaamd H&R Block erg actief in social media. Zij tonen aan dat wachten niet meer hoeft, maar dat de huidige online netwerken voldoende mogelijkheden (lees: nut) bieden om je als fiscalist te profileren en je klanten te helpen.
H&R Block is een franchiseformule voor belastingadviseurs. Omdat het bij belasting-adviseurs ‘alleen maar’ over belastinginformatie gaat, ligt het zwaartepunt van hun werk rondom april als iedereen aangifte moet doen. Maar door het jaar heen, zijn er genoeg aanknopingspunten om met de belastingbetaler in contact te komen. Rond september is het bijvoorbeeld interessant om mensen te wijzen op de de belastingvoordelen in relatie tot opleidingen. Zo zijn er vele thema’s waarmee je als fiscalist het hele jaar door je klanten kunt blijven informeren.
H&R Block zet diverse sociale platformen in om de communicatie en interactie met haar klanten te verbeteren. Zo creëren ze multiple touchpoints per jaar.
- Twitter wordt ingezet voor Customerservice, voor luisteren en voor interactie. Nu ze meer dan tweeduizend volgers hebben kunnen ze Twitter ook proactief gaan inzetten voor promotie van (nieuwe) diensten. Als ze dit goed doen, dan zullen die tweeduizend volgers op Twitter de boodschap voor je uitdragen door middel van een zogenaamde retweet, waarmee hún volgers ook geïnformeerd worden. Vroeger noemden we dit viral marketing. En zodra een belastingbetaler met de fiscalist via Twitter in gesprek gaat, zullen vele anderen dit gesprek kunnen volgen door de openheid van het systeem. Dit leidt tot grotere naamsbekendheid.
- Yahoo Answers wordt door H&R Block ingezet om hun belangrijkste asset – namelijk de 100.000 taxprofessionals – aan de wereld te tonen. Een actieve groep adviseurs heeft inmiddels ruim 6.000 vragen beantwoord op Yahoo Answers. Hiermee bewijzen ze een dienst aan de belastingbetaler wat het algemene profiel van de fiscalist goed doet, in het bijzonder die van de H&R-fiscalist.
- Tweetups (Twitter Meetups): Er zijn via Twitter al vele bijeenkomsten georganiseerd waar de adviseurs mensen echt ontmoeten en face to face advies geven en vragen beantwoorden. Het belangrijkste doel van al deze sociale activiteit is het verbeteren van de interactie met de klant.
Nu denk je wellicht als fiscalist: Als ik dit allemaal gratis moet weggegeven, waar haal ik dan mijn inkomsten nog vandaan? Ik kan je vertellen dat door de enorme groei van het gebruik van sociale media de belastingbetaler altijd wel ergens iemand vindt die zijn eerste prangende vragen kan beantwoorden. Als jij diegene bent, heb je grote kans dat na het gratis advies een klant bij je langskomt om zijn hele belastingadvies door je te laten uitvoeren. Geef de basics gratis weg, en je zal verdienen aan de langdurige relatie die je vervolgens opbouwt met een enthousiaste follower.
Wat grote organisaties van Jezus kunnen leren.
“Jezus Christus heeft in zijn eentje toch een mooi bedrijf opgericht met één miljard klanten. En dat terwijl het enige product in het portfolio inmiddels ruim 2.000 jaar oud is.” Donderdag 6 februari sprak Podcastpriest Roderick Vonhögen op de derde bijeenkomst van Social Strategy Talk in Amsterdam over zijn gebruik van nieuwe media binnen de katholieke kerk.
Vonhögen was al bezig met radiomaken toen hij in 2005 door Adam Curry het fenomeen podcasten ontdekte. Een eyeopener, want met die podcasts kon hij zijn radiodocumentaires wereldwijd verspreiden. Hij doet dit met zo’n enthousiasme dat zijn aanhang enorm groot is. Zijn passie voor nieuwe media weet hij binnen de Kerk te verspreiden door de decisionmakers (lees: de Paus en zijn kardinalen) een iPod cadeau te doen met zijn laatste producties, waaronder series als “Catholic Insider” waarvoor hij zich eens met verborgen microfoon mengde onder de kardinalen die kans maakten op benoeming tot de nieuwe Paus.
Inmiddels krijgt hij alle ruimte om ook met Radio Vaticaan de mogelijkheden van internet te benutten. Dat is belangrijk voor de Kerk. Veel buitenstaanders zien de Katholieke Kerk als een ouderwets instituut met een wonderlijke man aan de top die nota bene ook nog eens Auschwitz-ontkenners een pluim geeft. Met gebruikmaking van social media kan de Kerk zijn echte gezicht laten zien. Want de Kerk is naast Paus Benedictus XVI ook die miljard gelovigen, met hun eigen verhaal en hun persoonlijke passies.
De transparantie die de kerk bereikt door Vonhögen zijn gang te laten gaan, is een goed voorbeeld voor veel grote organisaties. Organisaties die vaak door communicatie-afdelingen schuil gaan achter obligate persberichten en ontwijkend gedrag vertonende woordvoerders. Organisaties die denken dat ze op die manier controle houden en een goed imago creëren, waarmee ze nieuwe klanten trekken. Niets is minder waar.
Wat deze organisaties van Vonhögen en van Jezus kunnen leren zijn twee dingen. Denk aan hoe Jezus die miljard ‘klanten’ heeft bereikt. Niet door hard te schreeuwen dat hij de beste was, en aan potentiële klanten te trekken tot ze hem geloofden. Nee, hij en zijn volgelingen hebben dat bereikt door verhalen te verhalen. Vertel als organisatie ook mooie beeldende verhalen, die ertoe leiden dat mensen snappen wat de essentie is van je bedrijf en zich als vanzelf aangetrokken voelen tot je product. En vertel deze verhalen zodanig dat men ze kan doorvertellen. Maak als Vonhögen gebruik van de mogelijkheden van het sociale web. Maak het mensen makkelijk om je verhaal te delen met anderen, en zorg voor plekken op internet waar mensen elkaar antwoorden kunnen geven op vragen waarmee ze bij de CEO niet hoeven aan te komen. Het is wellicht een omkering van de oude marketinggedachte, maar het zorgt ervoor dat je als bedrijf een situatie creëert waarbij je klanten ambassadeurs van je merk worden. Feed the passion!
Vonhögen maakt sinds 2004 podcasts die zijn na te luisteren op zijn uitgebreide website SQPN. Hij is ook te volgen op Twitter als FatherRoderick.
Dit bericht is eerder gepubliceerd op het weblog van Headline Interactive.
Publieke omroepen en social media: Succesverhalen en gemiste kansen (4)
Kort geleden schreef ik hier het artikel Social Media? Duik erin! Als je niet zo’n durfal bent om direct te duiken, maar wel erg benieuwd naar de kracht van social media, kun je eerst beginnen met te luisteren naar wat mensen over je merk (lees: omroep) of product (lees: programma) zeggen. Er zijn meerdere manieren om dit te achterhalen. Omdat op weblogs meestal vaker een mening wordt geventileerd dan op een willekeurige nieuws- of startpagina is Google’s Blogsearch een goed begin om reacties te vinden op je programma’s.
Een tweede stap die je kan zetten is het gesprek aangaan met je publiek. Dat kan door op blogartikelen te reageren. Maar met een duidelijke doelgroep is het nog slimmer om zelf een blog te beginnen. Je biedt hiermee een kijkje in de keuken, en je kan bovendien nog wat leren van je publiek.
Bert Jansen van Human heeft vorig jaar het initiatief genomen tot het platform Docblogs. DocBlogs zijn weblogs van documentairemakers op de site van het documentaireplatform Holland Doc. Wie de DocBlogs leest, krijgt inzicht in het ontstaan van een documentaire. Maar dat niet alleen: het lokt tegelijk een hoop reacties en betrokkenheid uit van de bezoekers. Er is op Docblogs een levendige community ontstaan rondom documentaires. De kijkcijfer-politie zal misschien zeggen “Leuk die honderd reageerders, maar daarvoor gaan we geen documentaires van een paar ton maken”. Maar die honderd mensen zijn wel de mensen die tijdens het productieproces van zo’n documentaire voor waardevolle input kunnen zorgen.
Omdat een documentaire in mijn beleving vaak een kunstproject is, waarvan het script al helemaal vast staat – je wilt als maker toch een bepaald verhaal vertellen – zou zo’n intiatief van Human nog veel beter aansluiten bij programma’s als Tegenlicht waar vaker actuele onderwerpen worden aangesneden, waar bovendien genoeg discussie over kan onstaan. Ik weet zeker dat de Tegenlicht-kijker doorgaans een hoogopgeleid persoon is danwel een kritische kijk op de wereld heeft. Als de redactie die intellectuele wereldburgers aan zich kan binden in een community, en ze via een blog op de hoogte houdt van de onderwerpen die op de agenda staan, dan weet ik zeker dat een deel van de bureauredactie door deze community uit handen wordt genomen. Ik vermoed dat er geen enkel thema of vakgebied is te bedenken waarover de Tegenlicht kijker geen gefundeerde mening heeft. De kennis van deze community zou een verrijking kunnen zijn van de programma’s. Bovendien heb je een enorm reservoir aan deskundigen, mocht je iemand nog eens geïnterviewd willen opvoeren.
Nou wil het geval dat in 2006 Tegenlicht een samenwerking is aangegaan met Sargasso. De bloggers van Sargasso willen naar eigen zeggen aandacht geven aan nieuws dat terzijde is geschoven door de traditionele media, informatieve stukken schrijven over wetenschap, politiek of cultuur alsmede wat te doen aan vroeg-Ming dynastie fetishisme. Een slimme zet van Tegenlicht, want zonder eerst zelf een community op te gaan bouwen, vinden ze in de Sargasso-blogger en hun lezerspubliek geestverwanten. De samenwerking leidde tot levendige discussies over de Midden-Oosten-problematiek op Sargasso en uiteindelijk zelfs tot een zesluik over dit onderwerp bij Tegenlicht. Social media volgens het boekje! Maar het lijkt alsof daarna de liefde voorbij was. Uiteraard wordt er nog wel geschreven op Sargasso over uitzendingen van Tegenlicht, maar dat deden ze waarschijnlijk voor de samenwerking ook al. Jammer, want het beloofde veel goeds in de zomer van 2007.
Publieke omroepen en social media: Succesverhalen en gemiste kansen (3)
In mijn serie artikelen over de inzet van social media door publieke omroepen mag de VPRO niet ontbreken. Sterker nog: de VPRO is al zo’n oude rot in het vak, dat-ie een eigen aflevering krijgt. Er gebeurt daar teveel om op te noemen, dus bij deze een selectie van louter succesnummers.
3VOOR12Lokaal
De VPRO was zich al vroeg bewust van de kracht van het netwerk. Al in 2003 wist Erwin Blom dat je met een 3VOOR12-redactie van vier man misschien wel heel veel informatie en nieuws kon publiceren over de muziekindustrie en nieuwe bands in de minder gangbare genres, maar hij wist ook dat je nog heel veel meer niet kon publiceren. Niet alleen door tijdgebrek, maar vooral ook omdat je als Hilversumse redactie nooit de grassroots ontwikkelingen in heel Nederland onder ogen krijgt.
Wetende dat er in Nederland heel veel muziekliefhebbers zijn en ook heel veel bands proberen ooit op het podium van Paradiso te staan, werd het initiatief 3VOOR12 Lokaal geboren. Muziekliefhebbers kunnen zich per stad of regio aanmelden om gezamenlijk een vrijwilligersredactie te vormen die het muzieknieuws uit de regio publiceert op een website die door de VPRO in de lucht wordt gehouden. Het initiatief werd een instant succes en inmiddels zijn er zestien lokale redacties, waar gemiddeld zo’n twintig man zich in het zweet werkt om hun eigen muziekscene op de kaart te zetten. De beste nieuwsartikelen en de verrassendste bands halen het bovendien regelmatig tot de voorpagina van 3VOOR12.
Het mes snijdt hier aan twee kanten. De fans van 3VOOR12 kunnen zich aansluiten bij een sterk muziekmerk en zichtbaar worden voor een groot publiek, en de redactie ziet haar reikwijdte met honderden extra redacteuren gigantisch toenemen. Omarm je publiek en krijg er heel veel voor terug.
HappyVPRO
In mei 2004 maakte Bram van Splunteren voor Het Geluk van Nederland een programma over internetdaten met de titel MSN voor OSM (Ons Soort Mensen – MV). Bram zette de zoektocht van een man op internet naar een leuke date in scène, en maakte daar om het verhaal compleet te maken een zogenaamde datingsite bij, HappyVPRO. Uitgangspunt was een highbrow-versie te maken gebaseerd op de toen succesvolle site voor jonge meiden Happygirls.nl. Drie weken zou de site bestaan als bijlage bij het programma.
Die drie weken zijn inmiddels ruim vier jaar geworden, omdat er een enorme behoefte bleek aan een community van VPRO-ers. Nu is dat natuurlijk een abstract begrip, maar voor de mensen die zich aanmeldden was alles vanaf dag 1 helder: een VPRO-er heeft een redelijke opleiding genoten of is creatief, of beide. Dit maakte de gesprekjes op de site – een soort a-synchrone chat, of Twitter avant la lettre – direct enorm levendig. In notime werden er zelfs offline bijeenkomsten georganiseerd, waar overigens bleek dat de Amsterdamse VPRO-er toch wat anders was dan de Groningse variant. En hoewel de oorspronkelijke opzet een grap was, zijn er vele relaties uit voort gekomen.
De VPRO had zomaar een succesvolle niche-community gebouwd, waar inmiddels zo’n 15.000 leden een enorm hechte band hebben opgebouwd.
NING-communities
De succesverhalen van het laatste jaar zijn rgeelmatig gebouwd op het sociale platform van Ning. Ning is een platform waar iedereen in drie klikken een community kan maken rondom een willekeurig thema of onderwerp. Er zijn er inmiddels wereldwijd tienduizenden honderdduizenden gebouwd, maar wat moet je ermee als publieke omroep?
Bram van Splunteren heeft jaren na HappyVPRO een nieuwe succesvolle community opgezet rondom de Liefde. Ontstaan naar aanleiding van het televisieprogramma Café de Liefde zijn inmiddels 1.800 leden enorm actief in het bloggen of discussieren in woord en beeld over de geneugten en de rampen van de Liefde.
Een hele andere inzet van het Ning-platform zie je bij Landroof. Dit televisieprogramma neemt de bouwplannen in Nederland onder de loep. Onderliggende mechanieken in de ruimtelijke ordening worden blootgelegd. Thema’s als inspraak, subjectieve rapporten en eigendomsverhoudingen komen voorbij. Niet zelden worden regels met voeten getreden om maar een flatgebouw, bedrijventerrein of winkelcentrum te kunnen bouwen.
Landroof zorgt er met deze community voor dat inwoners van Nederland die zorgen maken over de natuur hun stem kunnen laten horen. Daar waar ze bij inspraakrondes aan de kant worden geschoven, vinden ze bij Landroof gehoor. De programmamakers zetten het publiek in voor de realisatie van onthutsende televisie. Inmiddels heeft Landroof de prestigieuze Prix Italia in de wacht gesleept in de categorie Empowering Audiences. Een schoolvoorbeeld van de succesvolle inzet van social media!
De VPRO heeft daarnaast een grote hoeveelheid weblogs, eigen YouTube-channels, Netvibes-universums en is aanwezig op Hyves, Last.fm, Flickr, MySpace, Flickr en zelfs op LinkedIn.
