Categorie archief: applications

Orde aanbrengen in de overdosis informatie

Een artikel over het gebruik van tools op internet om de overdosis aan informatie voor jezelf en andere inzichtelijk te maken. 

Lees jij ook zoveel interessante artikelen op internet? Artikelen die je wilt bewaren, die je wilt delen met anderen, en die wellicht bijdragen aan meer inzicht bij die anderen, omdat jij het signaal van de ruis denkt te kunnen onderscheiden en dit ook leuk onder woorden kan brengen? Dat kan natuurlijk allemaal. Begin een blog en schrijf je in het zweet. Maar je zou toch denken dat het eenvoudiger kon. Dat kan!

  • Artikelen die je wilt bewaren stop je in Evernote
  • Als je het artikel wilt delen, klik je op de tweet-button die vaak bij het artikel staat
  • Wil je de curator zijn, dan kies je voor een dienst als Scoop.it, waar je je eigen inzichten kan toevoegen aan datgene wat je net gelezen hebt, alvorens het te delen.

Die dingen doe ik dus allemaal. Maar gisteravond dacht ik: dat kan toch anders, man. Met een paar diensten (oud en nieuw) op internet kan ik de bovengenoemde handelingen tot eentje terugbrengen.

Van Evernote naar Postach.io

evernote-logoEvernote is de app die je complete archief, administratie, adresboek en bookmarkbeheer kan overnemen. Ik gebruik het vooral om dingen te onthouden, meestal dingen die ik op internet tegenkom. Nou las ik bij The Next Web over een nieuwe blogservice Postach.io die je notities in Evernote direct kan publiceren als blogpost. Selecteer daarvoor een notebook in Evernote, en vervolgens wordt elke notitie die je daarin stopt, gepubliceerd.

Scoop.it

scoopit-logoMaar hoe vind je nou het kaf tussen het koren. Waar vind je de informatie die je graag zou willen bewaren in Evernote? Ik hou erg van het iPad-magazine Zite dat op basis van je leesgedrag en voorkeuren op maat gesneden artikelen aanbiedt. Maar ik kijk niet altijd op de iPad. Scoop.it doet iets soortgelijks, maar dan in je browser. Op basis van zelf ingevoerde tags toont het allerlei suggesties voor interessante content. Deze content kun je met een druk op de knop bewaren cq. toevoegen aan je verzameling. Je bouwt zo een eigen archief rondom een bepaald onderwerp op. Je kunt er bovendien voor kiezen om het artikel te delen op sociale netwerken. Nadeel: de user interface van Scoop.it ziet er eigenlijk niet uit. En je moet altijd eerst via Scoop.it alvorens het originele artikel te kunnen lezen.

If This Then That

ifttt-logo

Toen greep ik maar eens naar If This Then That (IFTTT). Een door mij zeer gewaardeerde maar vooral onbenutte dienst, die allerhande online acties (mailen, tweeten, etc.)  voor je kan uitvoeren op basis van voorgedefinieerde triggers. Elke nieuwe Instagram-foto, kun je op die manier automatisch naar je moeder mailen. In mijn geval:

  • Als ik iets interessants lees, wil ik het kunnen scoopen met Scoop.it
  • Als ik iets gescoopt heb, dan wil ik dat het automatisch ook in Evernote komt. ~ Evernote kan zelf mijn notitie publiceren op Postach.io, als ik het maar in het goede notitiebook laat binnenkomen.
  • Als er iets op mijn Postach.io-blog wordt geplaatst door Evernote, wil ik dat er automatisch een tweet uit mijn naam wordt verstuurd met een link naar het zojuist gecreëerde artikel op het blog ‘Martijn’s Notities’

Mijn IFTTT-recepten doen het helemaal goed. Hier is bijvoorbeeld mijn recept om een nieuw item in mijn Scoop.it-bakje, via de RSS-feed in het juiste Pistach.io-notebook in Evernote te gooien. En ik kan nu dus met één druk op de knop:

  1. Een artikel bewaren in mijn Scoop.it-afdeling over eHealth
  2. Een notitie met datzelfde artikel in Evernote opslaan, wat fijn is, omdat Evernote een fenomenale zoekfunctie heeft en ik dus op een later moment alles kan terugvinden.
  3. Mijn Postach.io-blog automatisch bijwerken met een nieuw artikel
  4. Een tweet versturen met een link naar dit artikel op mijn eigen blog, om mijn aanhang op de hoogte te brengen.

Hoe gaaf is dat? Twee nadelen nog, die hopelijk kunnen verdwijnen als Postach.io uit de beta-fase komt en dat is dat Postach.io de opmaak van het oorspronkelijke artikel enigszins verprutst, en de link die wordt gepubliceerd voert je alsnog langs Scoop.it. Maar dat mag de pret niet drukken van een volledig geautomatiseerd systeem voor content curation, archiving en blogging:)

Terugblik op South by South West 2013

South by South West 2013 (SXSW) is voorbij. Mijn jetlag ook, dus ik heb tijd gehad om een en ander te laten bezinken en het in een artikel te gieten. Besef goed dat SXSW zo groot is als tien conferenties bij elkaar. In de vijf dagen in Austin (TX) heb ik dus hele andere sprekers gezien dan de 25.000 andere bezoekers. Dit is daarom mijn geheel subjectieve waarneming. Mijn SXSW was een combinatie van de ontwikkelingen in eHealth, Quantified Self, Big Data, Behavioral Design, Social, Mobile en nog veel meer. Voor gedetailleerde verslagen van specifieke sessies, klik terug in de tijd op dit blog.

eHealth

Sinds een paar jaar heeft het thema eHealth een eigen track op het evenement, met elke dag vele sessies. Wat opvalt is dat de innovatie vooralsnog niet bij de curatieve zorginstellingen vandaan komt, maar uit de preventieve hoek. Ziekenhuizen bijvoorbeeld zijn zelf nog aan het digitaliseren voordat ze aan de patient toekomen, en zijn bovendien aan veel regels en richtlijnen gebonden met betrekking tot patientveiligheid en betrouwbaarheid en veiligheid van medische gegevens. Vernieuwing in zo’n omgeving kost tijd, veel tijd.

We zien de zorgverzekeraars de rol van vernieuwer op zich nemen. Een verzekeraar is namelijk gebaat bij gezonde cliënten. Zo investeert de Amerikaanse verzekeraar Aetna veel geld in producten en diensten die de patiënt en zijn gezondheid centraal stellen. Zoals Zipongo waar consumenten gezonde alternatieven voor de muffin en de hamburger kunnen vinden, en bovendien de kortingsbonnen kunnen downloaden voor een supermarkt in de buurt. Gezond leven hoeft niet duur te zijn, zoals velen denken. Een andere dienst is CarePass, een platform waar cliënten alle data uit hun zogenaamde Quantified Self-apps (Runkeeper, Fatsecret) en -gadgets (FitBit, MyBreath) kunnen bijhouden, om zo gezonder gedrag te stimuleren.

Big Data

Maar lukt dat ook? We genereren weliswaar steeds meer data over onszelf – je kunt bij 23andme.com zelfs een spuugbakje kopen voor 99 dollar, om na zes weken je persoonlijke genoom te ontvangen en te kunnen vergelijken met je online peers om je levensverwachting eventueel bij te stellen. Maar zorgen die Big Data ook dat we ons anders gaan gedragen. Het is een vraag die op een aantal momenten terugkomt op SXSW. Niet alleen in relatie tot gezondheidszorg, maar in het algemeen. Alle apps en gadgets om ons zelf te quantificeren, vragen voor een deel nog steeds input van onszelf en daarmee wilskracht. En die wilskracht is misschien wel het zwakke punt. Tenzij je een sessie bijwoont van BJ Fogg (wat ik deed:). BJ Fogg is een gedragsexpert en oprichter van het Persuasive Technology Lab van Stanford University. Zijn gedragsmodel leert dat je elk gedrag kunt aanleren als je het maar in kleine stapjes doet. In een eerder artikel ga ik hier wat dieper op in.

Big Data dus, belangrijk onderwerp van deze tijd. We verzamelen de data, maar wat gaan we er voor zinnige dingen mee doen. Bedenk kleine diensten die de consument begrijpt. Als bijvoorbeeld de overheid al zijn publieke data vrijgeeft, heeft het niet veel zin om dit direct allemaal ongefilterd op een website te gooien. Sluit aan bij waar de mensen behoefte aan hebben. In Nederland is er bijvoorbeeld het programma Hack de Overheid. De overheid biedt allerlei actuele overheidsdata aan via een open API, een interface waar je als programmeur tegenaan kan ‘praten’. En zo ontstaan allerlei kleine intitatieven als Openkvk, om even snel (gratis!) in de database van de Kamer van Koophandel te grasduinen of Omgevingsalert, waar je een pushnotificatie krijgt als er in jouw buurt een vergunnig wordt aangevraagd voor een verbouwing of een bomenkap, iets wat doorgaans altijd ongemerkt maar ongewild aan je voorbij gaat.

Gadgets, Robots en andere Emerging Technologies

Data verzamelen we ook steeds meer met personal devices. Met de Nike Fuelband registreer je de stappen die je zet en daarmee je calorieverbruik. Met FitBit idem dito. Met MyBasis registreer je daarnaast ook nog je hartslag en je slaapkwaliteit. Met mijn Garmin sporthorloge registreer ik verder nog locatie en snelheid. Maar met je smartphone meet je nog veel meer. In de gemiddelde smartphone zitten inmiddels veertien sensors, van Gyroscope tot Lichtsensor, van GPS tot NFC. As we al die gegevens kunnen combineren, en als we onze apparaten allemaal met NLP en Machine Learning ook signaal van ruis kunnen laten onderscheiden, dan komen we eindelijk eens in die toekomst waar de ijskast onze boodschappen doet, de telefoon vanzelf overgaat als je naar huis moest bellen zodra je bij de supermarkt was, de robot-wereld zeg maar. The Internet of Things noemen we het ook wel. Blijft natuurlijk lastig om een apparaat echt slim te laten zijn. Zo kun je een computer deterministisch leren afleiden wat de kans op regen wordt aan de hand van luchtdruk en temperatuur, maar volgens Jeff Bonforte van Xobni kun je beter kijken naar welk schoeisel de mensen in een specifieke stad die ochtend hebben aangetrokken om te zien of het die dag gaat regenen. Het verschil tussen deterministisch en stochastisch afleiden, kan een computer dat leren?

Aan nieuwe technologie overigens geen gebrek in Austin. De 3D-printers zijn inmiddels draagbaar en ze kunnen gitaren afdrukken en sjaals en schoenen. Je computer kun je binnenkort met gebaren aansturen, zoals Tom Cruise in de film Minority report, dankzij de LeapMotion. Je kunt je schoen tegen je laten praten, zoals een prototype Adidas die in het Google Lab werd ontwikkeld gedurende de week. En uiteraard liepen er übergeeks met een GoogleGlass over straat. Prachtig allemaal, maar het gaat natuurlijk om wat je ermee kunt dat de wereld verbetert, vereenvoudigt. Bij 3D printen kun je bijvoorbeeld denken aan het behoud van archeologische vondsten door een exacte reproductie te maken. Of aan gepersonaliseerde protheses voor mensen die een arm of been moeten missen.

Social Media

Maar kwam Social Media nog wel aan bod op het evenement waar Twitter in 2007 werd gelanceerd? Ja natuurlijk. Als je wilt kun je naar social media presentaties en workshops voor bibliothecarissen, voor koejesfabrieken, voor non-profits, etc. Maar wat ik vooral zag, is hoe social media ‘gewoon’ is geworden. Het is er en het gaat nu om de verdieping, om hoe je ermee omgaat. Lees bijvoorbeeld mijn artikel over hoe je de influencers op social networks bereikt, om je merk te verspreiden onder je doelgroep, en de gevaren die huidige tools met zich meebrengen. Maar het geldt ook voor wetenschappers, die voor een belangrijk deel nog steeds op basis van een 17 eeuws model peer-reviewing doen van wetenschappelijke artikelen. David Weinberger van het Harvard Innovation Lab gooit tegenwoordig een eerste versie van zijn artikel op Google Docs en vraagt collega-wetenschappers via sociale media of ze even willen meekijken. Binnen drie dagen is zijn stuk gereviewd, geredigeerd en zijn de spelfouten eruit gehaald. De kracht van open netwerken wordt hier voor hem goed aangetoond.

Omdat een artikel in een gerennomeerd tijdschrift in de wetenschap nog steeds de norm is voor je kwaliteit als wetenschapper, is dit echter een methode die niet veel collega’s van hem zullen volgen. Daarom heeft promovendus Jason Priem de dienst ImpactStory ontwikkeld, een tool die wetenschappers en andere academici helpt waardering te krijgen voor het bedrijven van wetenschap in een toegankelijke, interactieve online omgeving. In andere woorden voor dingen als bloggen, twitteren, delen van open data en het schrijven van open source software. Zou dit een eerste stap kunnen zijn van ‘papernative’ wetenschap, naar ‘webnative’ wetenschap. We zullen het zien.

Mobile Everything

Mobile is natuurlijk een belangrijk thema. Veel sessie waren echter zo populair dat je er met geen mogelijkheid bij kon. Of het zaaltje was te klein, dat kan ook. Maar voor iedereen is helder dat mobiel geen nieuwigheid is, maar misschien wel het belangrijkste platform om op te focussen. Van mobile health, tot mobile loyalty, mobile money, mobile commerce en mobile search. Het gaat niet meer om apps of sites. Natuurlijk moet alles een optimale interface hebben op een smartphone en heb je voor sommige diensten de hardware van de telefoon nodig en bouw je daarom een app. Maar het gaat dus om die diensten.

Voor Google bijvoorbeeld is de smartphone een belangrijk object van aandacht. De mobiel wordt steeds belangrijker, ook voor Googles diensten. Omdat men steeds meer en steeds vaker mobiel online gaat en dus ook mobiel zoekt, moet de hele zoekervaring onder handen worden genomen. Spraakherkenning wordt belangrijk, maar ook natural language processing. De locatie van een user is ook van belang. Zo kan Google via zijn relatief nieuwe dienst Google Now locatiegebaseerde notificaties sturen. Zoals Amit Singhal, Vice President van Google Search zegt: “The destiny of Google Search is to become the Star Trek Computer” (maar dan in je zak dus:)

En verder?

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met wat er allemaal in Austin gebeurde

  • over de ondernemerstijl van Esther Dyson, een ondernemer en angel investor, op dit moment vooral in de Healthsector, maar ook in Spacetech.
  • over het grote denken van Elon Musk, die na PayPal, Tesla Motors en Solar City start en vervolgens in de ruimtevaart stapt en naar Mars wil (net als Dyson overigens:)
  • over Al Gore die de toekomst bekijkt
  • over Bootylog, de app om je bedgeheimen te delen (als onderdeel van een beweging die strijd tegen tienerzwangerschappen)
  • over Qpid.me, waar je de SOA-status van je potentiële bedpartner kunt checken alvorens je materiaal verzamelt voor je BootyLog;)
  • over Grumpy Cat, waar ik oog in oog mee stond, zonder te weten dat het de beroemdste poes van de wereld was. Een uur later stonden permament gedurende vijf dagen 500 man in de rij om met het arme beest op de foto te gaan.

Maar het is teveel voor één artikel. Als je meer wilt weten, zoek in Google op SXSW en filter op de afgelopen week, dan krijg je veel terugblikken. Met take-aways als:

  • Social is inherent to all organizations
  • Technology can democratize services (Over Uber die de taxi-industrie toegankelijk maakt voor de consument)
  • It’s better to have 10 customers who love your product than 100 who like it. Optimize your business toward your most valuable customers.
  • Rather than think about social sharing among your customers, make it easier for customers to use what they are already using. Customer delight will lead to social sharing.

Voor wie nog enkele keynotes wil zien. Oracle heeft er een aantal gesponsord en deze online gezet. Het waren de eerste video’s die ik tegenkwam. Met onder meer Stephen Wolfram en Al Gore.

De niche maakt Sociale Media groot

{EAV_BLOG_VER:d083e35d9db5f43b}

Sociale Media heeft de afgelopen jaren voor enorme opwinding gezorgd. Internet heeft onmiskenbaar een menselijke kant gekregen. In de vele publicaties over deze ontwikkeling gaat vrijwel altijd de aandacht uit naar ‘de grote jongens’. Naar de 700 miljoen leden van Facebook, naar het businesmodel van Twitter en sinds vorige week uiteraard naar de meest recente poging van Google om een rol te spelen tussen deze mastondonten van het sociale web met hun nieuwe dienst Google+ (waar mijn collega Siegfried onlangs een stuk over schreef op Marketingfacts).

In mijn beleving blijven de kleinere spelers onderbelicht. Er zijn talloze online diensten, communities zo je wilt, die gebruik maken van precies dezelfde principes, zonder de druk van een miljardenomzet of tenminste de inlossing van de belofte van grootkapitaal. De ‘wereldleiders’ proberen de markt te overschaduwen en tegelijkertijd relevant te blijven met een menselijke maat. Denk aan de groepen-functionaliteit in Facebook, de lists in Twitter en de circles in Google+. De ‘specialisten’ daarentegen nemen die menselijke maat als uitgangspunt, en weten op die manier een eigen succesvolle niche te creëren.

AirbnbAirbnb is zo’n specialist. Met slechts een account en een creditcard heb je toegang tot de huur van tienduizenden huizen en appartementen in 185 landen. Van Almelo tot Hawaii bieden gewone mensen hun woning aan voor verhuur. De site organiseert slechts de communicatie en de ratings en reviews. Zelf ben je na een boeking verantwoordelijk voor duidelijke afspraken met de verhuurder. Het werkt zo simpel dat ik via mijn iPhone in drie klikken een appartement in hartje Parijs heb gehuurd voor nog geen €90,- per nacht. De kracht van dit platform zit hem in de focus op één behoefte: de wens van velen om een vreemde stad te verkennen vanuit een ‘eigen’ huis. En het is een succes omdat heel veel mensen bereid zijn hun woning ter beschikking te stellen voor een behoefte die ze bij zichzelf herkennen. Er komt geen reisbureau meer aan te pas.

WazeWaze maakt op een heel andere manier gebruik van de macht van het getal. Waze is een mobiele applicatie die gratis navigatiesoftware levert op basis van realtime condities op de weg. Ieder gebruiker die de applicatie aan heeft staan tijdens het autorijden, seint zijn positie en snelheid door en draagt zo bij aan het berekenen van de meest efficiënte route voor anderen die op pad gaan. Files worden zo snel ‘zichtbaar’ voor andere weggebruikers. TomTom had hiervoor een dure deal met Vodafone nodig. Hier wordt gebruik gemaakt van de mobiele computerkracht van de vele miljoenen smartphones die de verkeersdeelnemers sowieso al bij zich hebben.

InstagramInstagram is een iPhone App die een immense community van fotoliefhebbers bij elkaar heeft gebracht binnen een scherm van een paar inch. Elke foto die je deelt met je volger kun je vooraf nog bewerken met een van de vijftien filters. Je publiceert hem als je wilt direct op Twitter, Facebook of Flickr. En je volgers kunnen hem ‘liken’ en reageren. Je kruipt via de foto’s op een eenvoudige manier manier in de huid van een ander – bekend of onbekend

Apps for Amsterdam is een intitatief van Waag Society, de Gemeente Amsterdam en Hack de Overheid. Zowel de overheid als het bedrijfsleven beschikt over enorme hoeveelheden feitelijke informatie over de samenleving, van criminaliteitscijfers tot vuilnisophaalroutes, van de kwaliteit van scholen tot verkeersstatistieken. Developers worden uitgenodigd om hun applicaties te ontwikkelen op basis van beschikbare Open Data van de gemeente Amsterdam. Zo is op basis van deze data de Energielabel App ontwikkeld. Deze App laat energiegegevens zien over gebouwen en woningen en geeft gebruikers gratis subsidie-advies. De kracht van dit initiatief ligt in het feit dat data pas interessant worden al je ze combineert. De sociale kacht is dat door de data vrij te geven via internet, de expertise van anderen buiten je organisatie wordt ingezet om deze zinvolle combinaties te maken.

Deze voorbeelden zijn slechts een topje van de ijsberg, maar ik wil ermee laten zien dat sociale media niet alleen een iPad-weggeef-campagne is op Facebook of zoveel mogelijk volgers op Twitter. Juist door een niche te benoemen, en daaromheen kennis en enthousiasme te verzamelen, kunnen de princpes van sociale media – communicatie, samenwerking, kennisdeling –  tot succes leiden.

Kortom: sociale media is groot, maar kan juist op kleine schaal tot succes leiden!

Internet voor dummies

Eind jaren negentig keek ik met grote ogen naar internet en browsers, vanwege de verbazing over “hoe het toch allemaal mogelijk was”. Nu kijk ik naar internet met grote ogen van verbazing hoe het denken over internet toch zoveel obstakels heeft overwonnen.

Tien jaar geleden had ik langdurige meetings met JAVA-programmeurs over de mogelijkheid van uitbreidingen van een website. Nu kan iedereen vrijwel alles bedenken, en er is niet veel overleg voor nodig om te weten: dat kan.

Foto’s publiceren? Ja, dat kan: Flickr.com verzorgt de upload, hosting en beheer én publicatie van al je materiaal. Voor niks of bijna niks. Je moet alleen nog even bedenken of je ze niet ergens anders ook wilt publiceren. Op je eigen site, op een weblog, op meerdere sites, zeg het maar. Met video’s, documenten of presentaties is het niet anders.

Een groot deel van deze vooruitgang is te danken aan de opkomst van het gebruik van de open API op internet, voluit de Application Programing Interface. De API zorgt ervoor dat programmeurs toegang krijgen tot de gegevens op een bepaalde website om deze data te kunnen hergebruiken voor publicatie elders. Of mooier nog, om ze te gebruiken voor het verrijken van andere data.

Gevolg hiervan is dat je eigenlijk niet meer na hoeft te denken of iets kan of niet kan op internet. Alles kan! Dit maakt het denken over internet voor niet-ingewijden een stuk eenvoudiger. Laat je ideeën de vrije loop. Of je nou een community wilt, een videomontage-programma, een archief voor je duizenden foto’s of een evenementenkalender, waar mensen zich nog kunnen aanmelden ook. En de API zorgt er in de meeste gevalen voor dat je de hiermee gepubliceerde inhoud allemaal bij elkaar kan brengen op één plek onder jouw eigen naam, met je eigen merkbeleving.

Maar nog mooier dan het bij elkaar brengen, is juist die ongebreidelde distributie van je materiaal. Ik stuur bijvoorbeeld mijn met de iPhone geschoten foto’s dagelijks naar Mobypicture. Via Mobypicture worden ze vervolgens naar plekken gestuurd als Hyves, Facebook en Flickr. Mijn publiek vergroot zich vanzelf. En wat doe ik vervolgens met mijn Flikcr-foto’s? Die stuur ik automatisch naar Pulse, de sociale netwerkomgeving van de aloude adresboek-synchronisatietool Plaxo. Gevolg? Via deze bereiken mijn foto’s een nog veel groter deel van mijn netwerk. Een deel dat bovendien niet direct op de voornoemde social networks aanwezig is. Ik krijg reacties op mijn foto’s uit hoeken, waaruit ik het niet verwacht. En dat is enorm leuk.

Een soortgelijk voordeel zie ik in de koppeling van dit weblog met mijn LinkedIn-account. Meer lezers, meer reacties. Reacties in het echte leven dan, want ik bereik daar ook mensen die niet hun eerste oprisping direct aan de reacties op een weblog toevertrouwen. Deze ontwikkeling voelt als een enorme bevrijding. Tuurlijk, je hebt nog steeds programmeurs nodig om met deze API’s iets nieuws tot stand te brengen (zoals bijvoorbeeld Mupps), maar het denken over internet kent inmiddels geen begrenzingen meer.

Future of Web Apps: het individu wordt belangrijk

De afgelopen drie dagen vond de bij Europese startups zeer geliefde conferentie van Ryan Carson plaats: The Future of Web Apps. Het was inmiddels de vierde keer op rij dat ik erbij was en wat opvalt is dat de techniek als onderwerp nog steeds een belangrijk onderdeel uitmaakt van de conferentie, maar dat de gebruikerservaring uiteindelijk de rode draad in een groot aantal presentaties bleek.

Een goede dienst of webapplicatie vanuit het perspectief van de gebruiker moet de belangrijkste focus zijn van iedereen. Kathy Sierra gaf als laatste keynote spreker hiervoor inspiratie met haar voordracht ’15 Ways to let your users kick ass’. Deze presentatie is helaas niet online terug te vinden. Maar anderen hadden eenzelfde insteek.

lolcats van icanhascheezburger.com

Op icanhascheezburger.com worden inmiddels 5.000 lollige plaatjes per dag geüpload.

Om je gebruikers los te kunnen laten gaan, moet je in de ontwikkeling van je dienst ook focussen op die gebruikers en niet op de techniek. Ben Huh van I Can Has Cheezburger? stipte dit onderwerp aan in een leuke presentatie over hoe zijn lolcats-platform groeit. De valkuil voor iedereen die een webapplicatie (of website) ontwikkelt, is de verkeerde focus, namelijk die op de behoeften van de 1% hardcore-gebruikers. Dat zijn de bezoekers die misschien wel 40% van je bezoek veroorzaaken, maar die ook geavanceerde eisen stellen. Het is echter belangrijk om je juist te focussen op de hele grote groep casual gebruikers, die misschien maar weinig langskomt, maar die je wel fan kunt laten worden, door ze genoeg aandacht te geven en hen de juiste ervaring te bieden. Fans die uiteindelijk voor een vliegwiel-effect kunnen zorgen en je bezoekcijfers kunnen laten exploderen.

Zodra je de casual users tot fans van je dienst hebt weten te maken, is het van belang om ze te blijven vasthouden. Digg en Friendfeed zijn daarom druk doende om hun dienst op individueel niveau waardevoller te laten zijn. Op dit moment hebben beide diensten last van een aantal hardcore gebruikers. Bij Digg zijn dat een paar duizend geregistreerde gebruikers die zo fanatiek berichten omhoog stemmen, dat zij bepalen what’s hot and what’s not. Het gevolg is dat op de homepage van Digg nu vooral politieke en technische onderwerpen de boventoon voeren. De vraag die Digg nu probeert te beantwoorden is: Hoe kan elke gebruiker waardering krijgen voor zijn participatie. Ook de gebruiker die verhalen diggt over niche onderwerpen. En hoe kunnen we ervoor zorgen dat de liefhebber van niche-onderwerpen ook interessante inhoud krijgt voorgeschoteld?

Friendfeed zit op een soortgelijk pad. Voor elke gebruiker worden de statistieken uitgelezen en genalayseerd. We vinden namelijk niet allemaal elk bericht van Robert Scoble of Jeremiah Owyang zo reuze interessant. Door de huidige opzet zullen hun bijdragen vooral in de toplijstje terecht komen. En de foto die een goede vriend met me wil delen blijft ongezien. Friendfeed zal zorgen dat op basis van je profiel, de bron, het onderwerp en op basis van social validation voor mij alle interessante inhoud zichtbaar wordt. Ook de foto van die casual gebruiker, zonder dat die wordt ondergesneeuwd door de praatgrage Scoble.

Naar mijn idee is dit een vooruitblik op wat komen gaat. We willen natuurlijk allemaal dat internet voor ons gaat werken. Zeker na die enorme hoeveelheid input die we hebben gegeven op die tientallen social networks. Web 3.0 is here to come?

De meeste presentaties van de Future of Web Apps zijn bij Carsonified terug te vinden, inclusief  video- en audioregistraties van de presentaties.

De toekomst van webapplicaties

Vorig jaar tijdens de Future Of Web Apps in Londen verkondigde Edwin Aoki van AOL het evangelie van de webapplicaties. Het zou niet lang duren of de hele wereld zou alleen nog maar gebruik maken van webapplicaties. Dit jaar moet hij toegeven dat zijn voorspelling niet is uitgekomen. Betekent dat de snelle opkomst van het gebruik van webapplicaties weer op zijn retour is? Nee, dat zou hij niet willen zeggen. Maar er gaat wel iets mis.

Veel van de webapplicaties die nu worden gebouwd besteden wel veel aandacht aan gevalideerde HTML en CSS, maar daar zit een gebruiker helemaal niet op te wachten. Die wil YouTube en roddels over beroemdheden.

Wat essentieel is volgens Aoki voor we met webapplicaties World Domination kunnen bereiken, is een open software-ontwikkeling. Zoals Open AIM zijn API’s heeft verbeterd en veel restricties in het gebruik ervan heeft meegenomen, zo zouden alle partijen dit moeten doen.

Resultaat van deze ontwikkeling zou zijn dat iedereen met een passie alle beschikbare services aan elkaar kan koppelen, en zo zijn eigen webapplicatie bouwt rondom een bepaalde niche. Developing Web Apps for Dummies. Zodra dat boek in de winkel ligt, zijn we een stap in de goede richting.

Social wiki rondom personen

Social media are here to stay, daar hoef ik geen woorden aan vuil te maken. En dat een aantal mensen zich voor steeds meer social networks aanmeldt is ook een feit. Maar toch merk ik zelf ook dat ik bij elk volgend social netwoork steeds minder zin heb om ten eerste alle vrienden op te zoeken en ze vervolgens toe te voegen als friend, follower of trusted person. Toch blijft het interessant om te weten wat je vrienden en vage kennisen allemaal meemaken op die andere plekken.

Christopher Blizzard heeft daarvoor een oplossing bedacht. Whoisi is een wiki georganiseerd rondom personen. Elk persoon dat zich beweegt op sociale netwerken kan hier een eigen pagina krijgen. Iedereen kan deze pagina overigens aanmaken en wijzigen, het is tenslotte een wiki. Dus stel dat ik Erwin Blom’s leven online wil volgen, dan maak ik een lemma aan in Whoisi met de naam Erwin Blom. Ik voeg zijn Twitteraccount toe en de RSS-feed van zijn blog, en ik heb op een pagina die dingen verzameld die ik van hem wil weten. Daarna kan ik hem direct volgen. Via een cookie wordt ik later herkend. Ik heb dus geen account nodig!

WHOISI

Dat is al een groot voordeel uiteraard, maar de grote kracht volgens Blizzard zelf is, dat iedereen de pagina’s kan aanpassen. Met elkaar zorgen we er dus voor dat we volledig van ieders leven online op de hoogte kunnen zijn, zonder zelf daarvoor je identiteit prijs te geven. En dat is voor sommige mensen best een aantrekkelijke optie. Lees de rest van de ideeën achter Whoisi op Blizzards blog.

NB: In dit stadium zijn slechts een paar netwerken beschikbaar binnen Whoisi, maar in principe kun je elke RSS-feed toevoegen die je wilt.