Categorie archief: mobiel

Terugblik op South by South West 2013

South by South West 2013 (SXSW) is voorbij. Mijn jetlag ook, dus ik heb tijd gehad om een en ander te laten bezinken en het in een artikel te gieten. Besef goed dat SXSW zo groot is als tien conferenties bij elkaar. In de vijf dagen in Austin (TX) heb ik dus hele andere sprekers gezien dan de 25.000 andere bezoekers. Dit is daarom mijn geheel subjectieve waarneming. Mijn SXSW was een combinatie van de ontwikkelingen in eHealth, Quantified Self, Big Data, Behavioral Design, Social, Mobile en nog veel meer. Voor gedetailleerde verslagen van specifieke sessies, klik terug in de tijd op dit blog.

eHealth

Sinds een paar jaar heeft het thema eHealth een eigen track op het evenement, met elke dag vele sessies. Wat opvalt is dat de innovatie vooralsnog niet bij de curatieve zorginstellingen vandaan komt, maar uit de preventieve hoek. Ziekenhuizen bijvoorbeeld zijn zelf nog aan het digitaliseren voordat ze aan de patient toekomen, en zijn bovendien aan veel regels en richtlijnen gebonden met betrekking tot patientveiligheid en betrouwbaarheid en veiligheid van medische gegevens. Vernieuwing in zo’n omgeving kost tijd, veel tijd.

We zien de zorgverzekeraars de rol van vernieuwer op zich nemen. Een verzekeraar is namelijk gebaat bij gezonde cliënten. Zo investeert de Amerikaanse verzekeraar Aetna veel geld in producten en diensten die de patiënt en zijn gezondheid centraal stellen. Zoals Zipongo waar consumenten gezonde alternatieven voor de muffin en de hamburger kunnen vinden, en bovendien de kortingsbonnen kunnen downloaden voor een supermarkt in de buurt. Gezond leven hoeft niet duur te zijn, zoals velen denken. Een andere dienst is CarePass, een platform waar cliënten alle data uit hun zogenaamde Quantified Self-apps (Runkeeper, Fatsecret) en -gadgets (FitBit, MyBreath) kunnen bijhouden, om zo gezonder gedrag te stimuleren.

Big Data

Maar lukt dat ook? We genereren weliswaar steeds meer data over onszelf – je kunt bij 23andme.com zelfs een spuugbakje kopen voor 99 dollar, om na zes weken je persoonlijke genoom te ontvangen en te kunnen vergelijken met je online peers om je levensverwachting eventueel bij te stellen. Maar zorgen die Big Data ook dat we ons anders gaan gedragen. Het is een vraag die op een aantal momenten terugkomt op SXSW. Niet alleen in relatie tot gezondheidszorg, maar in het algemeen. Alle apps en gadgets om ons zelf te quantificeren, vragen voor een deel nog steeds input van onszelf en daarmee wilskracht. En die wilskracht is misschien wel het zwakke punt. Tenzij je een sessie bijwoont van BJ Fogg (wat ik deed:). BJ Fogg is een gedragsexpert en oprichter van het Persuasive Technology Lab van Stanford University. Zijn gedragsmodel leert dat je elk gedrag kunt aanleren als je het maar in kleine stapjes doet. In een eerder artikel ga ik hier wat dieper op in.

Big Data dus, belangrijk onderwerp van deze tijd. We verzamelen de data, maar wat gaan we er voor zinnige dingen mee doen. Bedenk kleine diensten die de consument begrijpt. Als bijvoorbeeld de overheid al zijn publieke data vrijgeeft, heeft het niet veel zin om dit direct allemaal ongefilterd op een website te gooien. Sluit aan bij waar de mensen behoefte aan hebben. In Nederland is er bijvoorbeeld het programma Hack de Overheid. De overheid biedt allerlei actuele overheidsdata aan via een open API, een interface waar je als programmeur tegenaan kan ‘praten’. En zo ontstaan allerlei kleine intitatieven als Openkvk, om even snel (gratis!) in de database van de Kamer van Koophandel te grasduinen of Omgevingsalert, waar je een pushnotificatie krijgt als er in jouw buurt een vergunnig wordt aangevraagd voor een verbouwing of een bomenkap, iets wat doorgaans altijd ongemerkt maar ongewild aan je voorbij gaat.

Gadgets, Robots en andere Emerging Technologies

Data verzamelen we ook steeds meer met personal devices. Met de Nike Fuelband registreer je de stappen die je zet en daarmee je calorieverbruik. Met FitBit idem dito. Met MyBasis registreer je daarnaast ook nog je hartslag en je slaapkwaliteit. Met mijn Garmin sporthorloge registreer ik verder nog locatie en snelheid. Maar met je smartphone meet je nog veel meer. In de gemiddelde smartphone zitten inmiddels veertien sensors, van Gyroscope tot Lichtsensor, van GPS tot NFC. As we al die gegevens kunnen combineren, en als we onze apparaten allemaal met NLP en Machine Learning ook signaal van ruis kunnen laten onderscheiden, dan komen we eindelijk eens in die toekomst waar de ijskast onze boodschappen doet, de telefoon vanzelf overgaat als je naar huis moest bellen zodra je bij de supermarkt was, de robot-wereld zeg maar. The Internet of Things noemen we het ook wel. Blijft natuurlijk lastig om een apparaat echt slim te laten zijn. Zo kun je een computer deterministisch leren afleiden wat de kans op regen wordt aan de hand van luchtdruk en temperatuur, maar volgens Jeff Bonforte van Xobni kun je beter kijken naar welk schoeisel de mensen in een specifieke stad die ochtend hebben aangetrokken om te zien of het die dag gaat regenen. Het verschil tussen deterministisch en stochastisch afleiden, kan een computer dat leren?

Aan nieuwe technologie overigens geen gebrek in Austin. De 3D-printers zijn inmiddels draagbaar en ze kunnen gitaren afdrukken en sjaals en schoenen. Je computer kun je binnenkort met gebaren aansturen, zoals Tom Cruise in de film Minority report, dankzij de LeapMotion. Je kunt je schoen tegen je laten praten, zoals een prototype Adidas die in het Google Lab werd ontwikkeld gedurende de week. En uiteraard liepen er übergeeks met een GoogleGlass over straat. Prachtig allemaal, maar het gaat natuurlijk om wat je ermee kunt dat de wereld verbetert, vereenvoudigt. Bij 3D printen kun je bijvoorbeeld denken aan het behoud van archeologische vondsten door een exacte reproductie te maken. Of aan gepersonaliseerde protheses voor mensen die een arm of been moeten missen.

Social Media

Maar kwam Social Media nog wel aan bod op het evenement waar Twitter in 2007 werd gelanceerd? Ja natuurlijk. Als je wilt kun je naar social media presentaties en workshops voor bibliothecarissen, voor koejesfabrieken, voor non-profits, etc. Maar wat ik vooral zag, is hoe social media ‘gewoon’ is geworden. Het is er en het gaat nu om de verdieping, om hoe je ermee omgaat. Lees bijvoorbeeld mijn artikel over hoe je de influencers op social networks bereikt, om je merk te verspreiden onder je doelgroep, en de gevaren die huidige tools met zich meebrengen. Maar het geldt ook voor wetenschappers, die voor een belangrijk deel nog steeds op basis van een 17 eeuws model peer-reviewing doen van wetenschappelijke artikelen. David Weinberger van het Harvard Innovation Lab gooit tegenwoordig een eerste versie van zijn artikel op Google Docs en vraagt collega-wetenschappers via sociale media of ze even willen meekijken. Binnen drie dagen is zijn stuk gereviewd, geredigeerd en zijn de spelfouten eruit gehaald. De kracht van open netwerken wordt hier voor hem goed aangetoond.

Omdat een artikel in een gerennomeerd tijdschrift in de wetenschap nog steeds de norm is voor je kwaliteit als wetenschapper, is dit echter een methode die niet veel collega’s van hem zullen volgen. Daarom heeft promovendus Jason Priem de dienst ImpactStory ontwikkeld, een tool die wetenschappers en andere academici helpt waardering te krijgen voor het bedrijven van wetenschap in een toegankelijke, interactieve online omgeving. In andere woorden voor dingen als bloggen, twitteren, delen van open data en het schrijven van open source software. Zou dit een eerste stap kunnen zijn van ‘papernative’ wetenschap, naar ‘webnative’ wetenschap. We zullen het zien.

Mobile Everything

Mobile is natuurlijk een belangrijk thema. Veel sessie waren echter zo populair dat je er met geen mogelijkheid bij kon. Of het zaaltje was te klein, dat kan ook. Maar voor iedereen is helder dat mobiel geen nieuwigheid is, maar misschien wel het belangrijkste platform om op te focussen. Van mobile health, tot mobile loyalty, mobile money, mobile commerce en mobile search. Het gaat niet meer om apps of sites. Natuurlijk moet alles een optimale interface hebben op een smartphone en heb je voor sommige diensten de hardware van de telefoon nodig en bouw je daarom een app. Maar het gaat dus om die diensten.

Voor Google bijvoorbeeld is de smartphone een belangrijk object van aandacht. De mobiel wordt steeds belangrijker, ook voor Googles diensten. Omdat men steeds meer en steeds vaker mobiel online gaat en dus ook mobiel zoekt, moet de hele zoekervaring onder handen worden genomen. Spraakherkenning wordt belangrijk, maar ook natural language processing. De locatie van een user is ook van belang. Zo kan Google via zijn relatief nieuwe dienst Google Now locatiegebaseerde notificaties sturen. Zoals Amit Singhal, Vice President van Google Search zegt: “The destiny of Google Search is to become the Star Trek Computer” (maar dan in je zak dus:)

En verder?

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met wat er allemaal in Austin gebeurde

  • over de ondernemerstijl van Esther Dyson, een ondernemer en angel investor, op dit moment vooral in de Healthsector, maar ook in Spacetech.
  • over het grote denken van Elon Musk, die na PayPal, Tesla Motors en Solar City start en vervolgens in de ruimtevaart stapt en naar Mars wil (net als Dyson overigens:)
  • over Al Gore die de toekomst bekijkt
  • over Bootylog, de app om je bedgeheimen te delen (als onderdeel van een beweging die strijd tegen tienerzwangerschappen)
  • over Qpid.me, waar je de SOA-status van je potentiële bedpartner kunt checken alvorens je materiaal verzamelt voor je BootyLog;)
  • over Grumpy Cat, waar ik oog in oog mee stond, zonder te weten dat het de beroemdste poes van de wereld was. Een uur later stonden permament gedurende vijf dagen 500 man in de rij om met het arme beest op de foto te gaan.

Maar het is teveel voor één artikel. Als je meer wilt weten, zoek in Google op SXSW en filter op de afgelopen week, dan krijg je veel terugblikken. Met take-aways als:

  • Social is inherent to all organizations
  • Technology can democratize services (Over Uber die de taxi-industrie toegankelijk maakt voor de consument)
  • It’s better to have 10 customers who love your product than 100 who like it. Optimize your business toward your most valuable customers.
  • Rather than think about social sharing among your customers, make it easier for customers to use what they are already using. Customer delight will lead to social sharing.

Voor wie nog enkele keynotes wil zien. Oracle heeft er een aantal gesponsord en deze online gezet. Het waren de eerste video’s die ik tegenkwam. Met onder meer Stephen Wolfram en Al Gore.

Advertenties

Guy Kawasaki interviewt Amit Singhal, VP Google Search

Amit Singhal is Senior Vice President en Google Fellow verantwoordelijk voor Google Search. Uiteraard laat hij niets los over het algoritme dat elke SEO specialist wil ontcijferen. Dit interview gaat daarom over de richting waarin Google denkt voor de continue verbetering van search en met name van de user epxerience. Een kort verslag in de vorm van vraag en antwoord:

Guy: Wat is het effect van mobile devices op Google search?

Amit: We zien dat zoeken altijd doorgaat. Tijdens lunch en dinnertime verplaatst het gebruik van desktop naar mobile search. Uitdaging voor Google is om die mobiele search te optimaliseren. Eenvoudigst is wellicht om te praten tegen je smartphone, maar dat is in een congreszaal toch een beetje raar en irritant voor je buurman. Maar ouderwets een zoekterm intypen en de resultaten opzoeken is ook niet altijd mogelijk. Als je in je auto rijdt, moet er dus ook een alternatief zijn voor op het scherm getoonde resultaten, die je op dat moment niet kunt zien.

Guy: Wat is het effect van Google Plus?

Amit: Google Plus maakt search echt universeel. Alles wat je wlt vinden kan gezocht en gevonden worden. Zowel openbare informatie als je persoonlijke assets. Je foto’s zijn alleen voor jou vindbaar, maar openbare content voor iedereen. Documenten voor jou en degenen met wie je het gedeeld hebt. Google zal deze resultaten blijven optimaliseren voor elke gebruiker.

Guy: Maar toch: hoe kom ik op de eerste resultaatpagina?

Amit: Produceer content van hoge kwaliteit, die waarde toevoegt voor je lezers. Zorg dat je lezers die content echt willen hebben, en je zult geheid hoog ranken in de resultaten.

Guy: Dus zeg je nu dat SEO bullshit is?

Amit: Nee…dat zou betekenen dat ik zeg dat marketing bullshit is. Want SEO is niets anders dan het marketen van je content voor Google. Maar als je doet wat ik hiervoor zei, dan heb je niks anders nodig.

Guy: Hoe staat het met Google Now

Amit: Google Now is als de Star Trek computer, met dit vershcil dat Google Now in staat is of moet zijn om je antwoorden te geven op de vraag die je nog niet gesteld hebt. Als je vlucht vertraagd is, dan krijg je dat gewoon te horen. Dat moet Google je vertellen: dingen die je mote weten moeten automatsich naar je toekomen.

Guy: Als je nu een nieuw bedrijf zou beginnen, wat zou dat zijn?

Amit: Willekeurig welk bedrijf dat de enorme hoeveelheid menselijke kennis ontsluit. Elk bedrijf zou ik kunnen starten dat de hele wereld doorzoekbaar maakt. Maar…dat doe ik al bij Google, dus er is geen noodzaak om dit zelf te beginnen:)

Guy: Wat is de grootste uitdaging voor Google?

Amit: Er zijn verschillende key technologies die nog steeds niet goed zijn opgelost: knowledge graph, speech recognition, natural lanuage understanding. Dit zijn drie grote uitdagingne vooe Google. Knowledge, wat weet de user al. Speech, hoe matchen we dit aan de kennis van de user. Natural language, hoe praten we terug. Maar hij is onder de indruk hoever ze toch al zijn op deze drie vlakken

Guy: Wat zijn nieuwe projecten waar Google aan werkt?

Amit: Een voorbeeld van een nieuw project heeft betrekking op ontwikkelingslanden. Als mensen inontwikkelingslanden al toegang tot internet hebben, dan is dat vaak niet in hun native language. Dus Google investeert zwaar in dingen als Google Translate, zodat deze mensen echt het hele internet kunnen bezoeken en niet alleen dat kleine stukje dat in hun eigen taal is geschreven. Bovendien wordt er in computing power geïnvesteerd, om de resultaten ook daar sneller beschikbaar te hebben

Amit: The destiny of search is to become the Star Trek computer.

De impact van mobiel internet [Infographic]

De smartphone verandert de manier waarop je online communiceert met je doelgroep en je klant. Mobiel internet is voor mij al net zo gewoon als het feit dat de krant op tabloidformaat wordt gedrukt. En ik ben niet alleen. De cijfers zeggen dat in 2013 het omslagpunt komt… Zo’n opmerking doet vermoeden dat je geen websites meer voor de desktop computer hoeft te bouwen. Maar het is ook een beetje goochelen met statistieken. Ik pak er even een infographic bij (zie hieronder). Hieruit maak ik een aantal zaken op:

  • In 2013 zijn er meer mobiele internetapparaten in omloop dan desktop-computers…Dat wil niet zeggen dat er ook in absolute zin vaker op mobieltjes naar websites wordt gekeken..
  • In 2012 is het aantal mobiele shoppers flink gestegen ten opzichte van 2011, net als het aantal aankopen…Maar over welke aantallen hebben we het?!

Zo kun je over alle statistieken wat zeggen. Feit is natuurlijk wel dat je uit je eigen Google Analytics-overzichten kunt zien dat je je mobiele bezoekers niet meer kunt negeren. Geef ze een optimale mobiele ervaring. En als je adverteert op mobiel, dan is de laatste metric interessant: ‘Het noemen van een plaatsnaam in een mobiele advertentie genereert een 200% stijging van de CTR.”

++ Click Image to Enlarge ++
How Mobile is Changing Business
Source: How Mobile is Changing Business – Infographic

Social mobile: zelfs je data-abonnement wordt mobiel met Karma

De opkomst van mobiel internet heeft al sinds de eerste GPRS-telefoons mijn volle aandacht. Maar ondanks WAP-sites en iMode, waar ik zowel persoonlijk als professioneel druk mee in de weer ben geweest, werd het natuurlijk pas echt wat met de komst van de eerste iPhone. Er zijn sindsdien geen obstakels meer om altijd online te zijn. Hoewel: de telco’s hebben nog net iets teveel de touwtjes in handen waar het gaat om bandbreedte en connectiviteit. En de koffieshop-eigenaren hebben nog net iets te vaak een met wachtwoord beveiligd netwerk.

Vanaf nu wordt dat laatste obstakel wellicht ook weggewerkt. Karma, een startup van de Nederlander Robert van Gaal, heeft zijn eerste investeringsronde succesvol afgerond en kan met een kleine miljoen dollar aan de slag om het ideaal van alom aanwezige connectiviteit te realiseren. Karma biedt in de basis een dienst die niet nieuw is, namelijk een dataverbinding via een apparaatje dat een 4G mobiele dataverbinding omzet in een mobiele WiFi-hotspot. Je rekent de verbruikte data af per Gigabyte.

Maar nu komt het: je dataverbinding staat ‘open’ voor andere behoeftigen. Mensen die in jouw buurt zijn, kunnen via jouw hotspot ook verbinding maken met internet, mits ze zich aanmelden met hun Facebook account. Ze krijgen daarvoor gratis 100MB dataverkeer. Oftewel: jij biedt ze wel connectiviteit, maar je hoeft niet bang te zijn dat jij straks de rekening krijgt gepresenteerd. Bovendien krijg jij voor zo’n hotspot-gast zelf ook nog eens 100MB gratis tegoed. Give some to get some. De gastgebruiker kan vanaf dat moment – zelfs zonder dat hij een eigen Karma-hotspot heeft – zelf ook 1GB aan data inkopen voor vijftien dollar. En deze datavoorraad kan hij gebruiken zodra hij in de buurt is van welke Karma-hotspot dan ook. Misschien zijn deze hotspots in het begin nog schaars, maar Karma heeft gisteren ook een deal met American Airlines aangekondigd, waarbij frequent flyers toegang krijgen tot Karma-hotspots.

Waarom is dit een belangrijke ontwikkeling? Het is een van de vele aanwijzingen dat de toekomst van internet mobiel is. En dat heeft impact op veel meer dan alleen een concurrentieslag tussen de telco’s, waarmee de tarieven op termijn omlaag zullen gaan voor mobiel internet. Het betekent ook dat de behoeftes van je internetbezoekers zullen veranderen. Des te vaker een bezoeker je website bezoekt op andere plekken dan thuis of op kantoor, hoe meer hij zal wensen dat de informatie die hij online vindt is afgestemd op de plek waar hij op dat moment is en op het tijdstip dat hij je site bezoekt. Iemand die om vijf uur ’s middags bij je restaurant in de buurt is, wil je het HappyHour of het EarlyBird-menu aanbieden, terwijl hij als hij ’s ochtends in de file staat wellicht meer is geïnteresseerd in je formulier om de beste tafel te reserveren. Een autohuurder zal thuis nog geïnteresseerd zijn in je beste verhuurtarief, maar eenmaal onderweg ziet-ie liever waar hij goedkoop kan tanken.

Los van de inhoud van je website zul je bovendien moeten gaan nadenken over de interactie. Een mobiele gebruiker heeft geen muis bij de hand. Meer en meer zullen sites dus geoptimaliseerd moeten worden voor navigatie met een wijsvinger en een interface die bezoekers snel naar de juiste informatie leidt. En met diensten als Karma heeft niemand meer een reden om pas op kantoor internet weer aan te zwengelen. Dus wees voorbereid!

Een mobiele app vandaag, is een billion-dollar-business tomorrow (maar Facebook wordt er niet wijzer van)

De toekomst van internet is mobiel maar de grote jongens weten vooralsnog de businesscase niet rond te krijgen. Facebook en Google hebben geen sluitend commercieel plan om de ongebreidelde groei op internet van de afgelopen jaren voort te zetten op mobiele platformen. Facebook smijt met geld om deze lancune op te vullen. De afgelopen maanden heeft Facebook onder meer Gowalla, Instagram en Glancee gekocht. Diensten die een redelijke fanbase hebben opgebouwd met sociale functionaliteit rondom locaties, foto’s en interesses, gebruikmakend van de gevanceerde mogelijkheden van het kleinood in onze broekzak. De enigen die daar financieel garen bij spinnen zijn de overgenomen partijen.

De smartphone is altijd bij ons, en als gebruiker voel je een grote mate van zelfbeschikking. Ons mobieltje is in 15 jaar tijd getransformeerd van een apparaat dat ons bewegingsvrijheid gaf tot een zesde zintuig dat ons de weg wijst, ons netwerk helpt onderhouden, ons tips geeft en ons de mogelijkheid biedt om elk moment de juiste keuzes te maken op basis van de meest actuele informatie, al dan niet door onze online peers aan ons toevertrouwd. Het is niet het derde scherm, naast onze televisie en de computer. Ook niet het ‘second screen’ zoals veel mediapartijen ons willen doen geloven. De smartphone is ons eerste scherm, vanaf dat we opstaan tot we naar bed gaan. Thuis, op het werk, op vakantie, overal en altijd.

Omdat het ons eerste scherm is, bepalen we zelf of en wanneer we advertenties bekijken. De tienduizenden apps bieden ons de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe we de digitale wereld benaderen. Advertenties maken van die mobiele beleving doorgaans geen onderdeel uit. En laten die advertenties nou net de belangrijkste (en enige?) inkomstenbron zijn van partijen als Facebook. Keer op keer verschijnen daarom artikelen over de voor Facebook in dit opzicht dramatische shift van het gebruik van hun dienst naar mobiele platformen.

Wat kun je daaraan doen? Een van mijn stokpaardjes luidt dat de gebruiker behoefte heeft aan personalisatie van zijn online beleving. Google doet op dit vlak hard zijn best. Op mijn iPhone kan echter zoveel meer. Mijn locatie, incheckgedrag, tweets, foto’s, online koopgedrag, er is zoveel bekend. Biedt mij dan ongevraagd (maar controleerbaar) tips en aanbiedingen. Foursquare schijnt binnenkort van start te gaan met gepersonaliseerde coupons voor aanbiedingen in jouw favoriete toko’s. Ja, dat soort dingen zijn goed! Ik vind reclame en advertenties helemaal niet verevelend als ze relevant zijn. Neem mijn informatie en biedt mij meerwaarde. Zou de toekomst van de mobiele businesscase dan liggen in de relevante, locatie gebaseerde en goed getimede Direct Marketing? Moet de adverteerder dan alsnog de rekening betalen? Wat mij betreft wel. Maar zorg dan dat je je klantendatabases eens bekijkt, combineer de gegevens die je vindt met andere data. Stop met miljoenen naar televisiecampagnes te sluizen en let eens op wat je klant werkelijk beweegt. En geef je (potentiële) klant dan op maat gesneden aandacht. Ik denk dat het werkt, wat jij?

Internet voor dummies

Eind jaren negentig keek ik met grote ogen naar internet en browsers, vanwege de verbazing over “hoe het toch allemaal mogelijk was”. Nu kijk ik naar internet met grote ogen van verbazing hoe het denken over internet toch zoveel obstakels heeft overwonnen.

Tien jaar geleden had ik langdurige meetings met JAVA-programmeurs over de mogelijkheid van uitbreidingen van een website. Nu kan iedereen vrijwel alles bedenken, en er is niet veel overleg voor nodig om te weten: dat kan.

Foto’s publiceren? Ja, dat kan: Flickr.com verzorgt de upload, hosting en beheer én publicatie van al je materiaal. Voor niks of bijna niks. Je moet alleen nog even bedenken of je ze niet ergens anders ook wilt publiceren. Op je eigen site, op een weblog, op meerdere sites, zeg het maar. Met video’s, documenten of presentaties is het niet anders.

Een groot deel van deze vooruitgang is te danken aan de opkomst van het gebruik van de open API op internet, voluit de Application Programing Interface. De API zorgt ervoor dat programmeurs toegang krijgen tot de gegevens op een bepaalde website om deze data te kunnen hergebruiken voor publicatie elders. Of mooier nog, om ze te gebruiken voor het verrijken van andere data.

Gevolg hiervan is dat je eigenlijk niet meer na hoeft te denken of iets kan of niet kan op internet. Alles kan! Dit maakt het denken over internet voor niet-ingewijden een stuk eenvoudiger. Laat je ideeën de vrije loop. Of je nou een community wilt, een videomontage-programma, een archief voor je duizenden foto’s of een evenementenkalender, waar mensen zich nog kunnen aanmelden ook. En de API zorgt er in de meeste gevalen voor dat je de hiermee gepubliceerde inhoud allemaal bij elkaar kan brengen op één plek onder jouw eigen naam, met je eigen merkbeleving.

Maar nog mooier dan het bij elkaar brengen, is juist die ongebreidelde distributie van je materiaal. Ik stuur bijvoorbeeld mijn met de iPhone geschoten foto’s dagelijks naar Mobypicture. Via Mobypicture worden ze vervolgens naar plekken gestuurd als Hyves, Facebook en Flickr. Mijn publiek vergroot zich vanzelf. En wat doe ik vervolgens met mijn Flikcr-foto’s? Die stuur ik automatisch naar Pulse, de sociale netwerkomgeving van de aloude adresboek-synchronisatietool Plaxo. Gevolg? Via deze bereiken mijn foto’s een nog veel groter deel van mijn netwerk. Een deel dat bovendien niet direct op de voornoemde social networks aanwezig is. Ik krijg reacties op mijn foto’s uit hoeken, waaruit ik het niet verwacht. En dat is enorm leuk.

Een soortgelijk voordeel zie ik in de koppeling van dit weblog met mijn LinkedIn-account. Meer lezers, meer reacties. Reacties in het echte leven dan, want ik bereik daar ook mensen die niet hun eerste oprisping direct aan de reacties op een weblog toevertrouwen. Deze ontwikkeling voelt als een enorme bevrijding. Tuurlijk, je hebt nog steeds programmeurs nodig om met deze API’s iets nieuws tot stand te brengen (zoals bijvoorbeeld Mupps), maar het denken over internet kent inmiddels geen begrenzingen meer.

SMS Parkeren: mobiel betalen

Ik wacht op de dag dat mijn mobiele telefoon mijn verzameling pasjes, briefjes en muntjes volledig kan vervangen. Zover zijn we nog niet, maar sinds ik mij een maand geleden aanmeldde voor SMS Parking, zie ik het toch echt binnenkort gaan gebeuren. Als ik tegenwoordig in Amsterdam ben, spring ik op elke straathoek even uit de auto om een winkel binnen te stappen of bij iemand een kop koffie te drinken. Waarom? Omdat ik in een handomdraai mijn ‘parkeerbonnetje’ regel via een simpele SMS. Ik hoef niet te zorgen voor tientallen euro’s aan kleingeld, of een volgeladen chipknip, wat ik sowieso altijd al een onding heb gevonden.

Hoe werkt het? Je stuurt een SMS-bericht met zonenummer (staat bovenop elke parkeerautomaat) en kenteken naar nummer 4030. Je krijgt acuut een bericht terug dat je parkeeractie is begonnen. Bij terugkomst stuur je de letter ‘q’ naar hetzelfde nummer. Klaar is kees. Als afronding krijg je nog een bericht terug dat de tijd is gestopt, en je ziet direct hoeveel het heeft gekost. Op de cent nauwkeurig.

Zijn er dan helemaal geen nadelen? Nee. Nou eentje dan. SMS Parking ontvangt niet alleen SMS-berichten, maar verstuurt ze ook graag. Al kun je zelf instellen datje geen reminders wilt ontvangen elk half uur, toch weten ze je nog wel een aantal berichten à 15 cent door de strot te duwen. Zo bleek ik laatst geparkeerd te staan in een winkelgebied, wat mij slechts 10 cent voor een heel uur kostte, maar dat uur was ook het maximum. SMS Parkeren heeft me toen vier sms-berichten gestuurd om te melden dat parkeren was begonnen, dat ik er maar een uur mocht staan, dat ik nog maar 10 minuten had en aan het eind dat de parkeeractie was gestopt. Oftewel: de SMS-berichten zorgden die keer voor een opslag van 600% op mijn parkeertarief…

Maar verder vind ik het een hit.