Categorie archief: Uncategorized

Could wearable technology help support the human side of the relationship in the exam room and beyond?

See on Scoop.iteHealth

These are images from the Google Glass Tech Focus that we filmed at the Kaiser Permanente Center for Total Health on July 11, 2013 , which are actually mockups because Google Glass can’t do this automatically .. yet.

 

Now that I’ve had some time to work with Glass, I can see a situation where a QR code might be presented on the exam room monitor or somewhere else in the workflow to allow the practitioner quick access to electronic health record details, or of course through voice commands (but I think QR might be quicker..).

 

There is a lot of discussion about using Glass for surgery and high tech health care (and there’s nothing wrong with that, I love surgeons and was trained by excellent ones as a family physician), so we created a scenario that involves using technology to connect us to patients better.

 

 

Martijn Verver’s insight:

Her en der duikt Google Glass op in de operatiekamers. Het Raboudziekenhuis had de Nederlandse primeur. In de berichtgeving werd de nadruk gelegd op hoe de studenten, die anders onhandig over een schouder mee moeten kijken, nu ‘met de ogen van de chirurg’ de operatie op een scherm veel beter konden volgen. En dat allemaal dankzij Google Glass.. Vijftien jaar geleden konden we al een internetpersoonlijkheid 34 uur per dag volgen, omdat hij een camera op zijn hoofd had geplakt en live alles wat hij zag de wereld in streamde. Google Glass biedt hier dus geen toegevoegde waarde behalve wellicht draagcomfort.

 

Wat ook naar voren komt in het filmpje waarin Lucien Engelen wordt geïnterviewd naar voren komt, is juist de interactiviteit die Goolge Glass zo baanbrekend maakt. Het dossier met een paar woorden opvraagbaar. En in dit artikel vertelt een huisarts hoe het ook de interactie met de patient beter, menselijker kan maken. Door bijvoorbeeld informatie over iemands familie tevoorschijn te kunnen toveren en eventuele klachten ook te kunnen relateren aan de thuissituatie of levensstijl.

See on www.tedeytan.com

Advertenties

Vijf jaar op Twitter: social network of data-supplier?

Vandaag ben ik vijf jaar abonnee van Twitter. Het was 11 maart 2007 dat ik op  SXSW Interactive in Austin(TX) – de jaarlijkse Jamboree van Internetgeeks –  gegrepen werd door de berichtendienst. Twitter bestond al een jaar, maar terwijl ik daar was, barstte het gebruik ervan uit zijn voegen. Ruim tienduizend bezoekers hielden elkaar op de hoogte van de ins en outs bij de verschillende paneldiscussies, maar ook van de beste feesten ’s avonds in de stad. Door het hele Austin Convention Center hingen bovendien beeldschermen waar alle tweets voorbij stroomden. Het was spannend om onderdeel te zijn van een emerging trend.


Het plotselinge succes van Twitter paste bij een algemenere trend die dat jaar op SXSW door velen werd gesignaleerd. ‘Communicatie en conversatie wordt de drijvende kracht achter internetsucces.’ Iedereen kon natuurlijk al online publiceren, als hij dat wilde, maar een dienst als Twitter stelde veel meer mensen in staat om online te publiceren, en bovendien om heel snel te interacteren met anderen. Vooral bedrijven werden aangemoedigd om gebruik te maken van deze manier om het publiek te betrekken bij bijvoorbeeld productontwikkeling. Lees op Fast Moving Targets het artikel van Erwin Blom uit die tijd, met wie ik daar toen op ontdekkingstocht was.

De energie die ik kreeg van de Amerikaanse startups zorgde ervoor dat ik bij terugkomst mijn baan bij de VPRO opzegde. In mijn nieuwe avontuur bij Headline Interactive vertelde ik elke klant dat ze in contact moesten treden met hun klant en andere stakeholders en dat ze daarvoor Twitter moesten gebruiken. Men waardeerde het enthousiasme, maar zette het microblog-idee toch even in de ijskast. Zelf Twitterde ik vrolijk voort. Ik leerde nieuwe mensen kennen, het werd eenvoudig om met oud-collega’s contact te onderhouden. Ik kwam in aanraking met visies en meningen van mensen die ik anders nooit had gekend. Mijn kennis verbreedde en verdiepte zich, en omdat je wist dat de voorhoede van de internetbiz zich op Twitter ophield, was elke tweet waardevol vanuit beroepsmatig perspectief en was elke grap leuk en een instant meme in de kleine Nederlandse Twittercommunity.

Hoe anders is dat nu, vijf jaar later. Ik vertel mijn klanten niet meer dat ze moeten gaan Twitteren. Ze zien inmiddels zelf dat het een niet meer weg te denken tool is voor bijvoorbeeld klantcontact en marktonderzoek. Een klantenservice zonder Twitter-account bestaat bijna niet meer. En de sociale kracht van internet verspreidt zich op de nieuwe intranetten en kennisplatformen, waar de Wisdom of Crowds uitgangspunt is voor informatiedeling en kennisopbouw. Mooi!

Hoe anders is het ook voor mij, vijf jaar later. Ik volg steeds meer mensen op Twitter, omdat er nog zoveel interessante meningen te vinden zijn. Maar ik volg steeds minder gesprekken. Elke minuut komen er 150 nieuwe tweets bij me binnen, en die kan ik niet allemaal lezen. Dus maak ik lijsten aan: een lijst met mijn tien favoriete Twittervrienden, eentje met tien techjournalisten en nog een paar nichelijsten. Gevolg: mijn kringetje wordt kunstmatig kleiner en de kracht van Twitter doe ik hiermee teniet. De kracht van het toeval, van kans op onverwachte gesprekken, van live brekend nieuws ontvangen. En hierdoor zijn er dagen, weken dat ik het veel minder gebruik. Maar kan ik zonder? Nee, en daarom schrok ik ook laatst van een tweet waarin de nog steeds verliesgevende businessmodellen van Twitter werden benoemd. Je weet het, maar als Twitter-verslaafde verdring je het:)

Personalisatie

Wat mis ik dan? Personalisatie. Ik geef internet mijn hele hebben en houwen, omdat ik graag wil dat de informatie mij gaat vinden op een dag. De iOS-app Zite doet dit al voor me. Op basis van mijn leesgedrag en mijn feedback aan de app zoekt Zite voor mij artikelen op internet die voldoen aan mijn interesses. En uiteraard geeft Amazon mij ook tips, en Google bewaart mijn zoekhistorie, et cetera. Maar Twitter doet niks. Twitter is dom. En dat terwijl ze elk half uur 200GB aan data door hun systemen gejaagd krijgen, zo las ik gisteren van Michiel Berger. Het enige wat ze daarmee doen is onbegrijpelijke volgtips geven, en trending topics bepalen. Dat laatste lijkt me niet een heel ingewikkelde analyse overigens.

Zwarte cijfers

Het erge is natuurlijk dat er honderden andere bedrijven zijn die wel zwarte cijfers draaien, onder meer door gebruik te maken van de firehose van Twitter. Denk aan Google en Bing. Die betalen er ook grof voor, maar kennelijk niet genoeg om Twitter winstgevend te maken. Daarnaast zijn er natuurlijk de apps als Zite en Pulse en webapps als NineConnections die gebruik maken van de Twitter-API om mijn vriendenlijst uit te lezen en op basis daarvan gedeelde content te tonen, en trends en suggesties te berekenen. Dit API-gebruik zorgt bij Twitter niet voor inkomsten, maar bij mij juist voor heel veel waarde. Ik kies mijn vrienden zelf, geef me op basis van die persoonijke keuze een gepersonaliseerde beleving van internet.

Toekomst?

Is er dan toekomst voor Twitter? Ik hoop het van harte. Maar wellicht niet zoals we nu denken, namelijk als de standaard voor microbloggen, voor open online communicatie. Misschien ligt een winstgevende toekomst voor Twitter wel meer op het gebied van de analyse en presentatie van BigData, dan in de verkoop van trending topics en brandpages. Er zit vijf jaar aan data van mij in, in de vorm van een kleine 20.000 tweets. Geef me hier iets waardevols voor terug, en je hebt me de komende vijf jaar ook nog als vaste klant!

Sociale Media Monitor Zorg trekt een rookgordijn op

Goed bezig zijn met social media is niet hetzelfde als zoveel mogelijk volgers binnen halen op de diverse platformen. Dat geldt voor personen, dat geldt voor bedrijven en dat geldt zeker voor bedrijven wier werk direct in het belang zou moeten staan van het individu, zoals zorgverleners het belang van de patiënt centraal zouden moeten stellen. De Social Media Monitor Zorg trekt een rookgordijn op, door het Maasstad Ziekenhuis tot nummer 1 uit te roepen.

Eind vorige maand presenteerde iZovator – een innovatieplatform voor de zorgeconomie – de resultaten van een onderzoek naar het gebruik van social media door zorgverleners. Het door Redmax uitgevoerde onderzoek bekeek van bijna zeshonderd zorgverleners de aanwezigheid, populariteit en activiteit op de top 5 sociale platformen in Nederland, met de volgende uitgangspunten:

  • aanwezigheid: heeft instelling X op kanaal Y een profiel of niet?
  • populariteit wordt uitgedrukt in het aantal volgers, vrienden of fans per kanaal of views op YouTube.
  • Om de activiteit te bepalen is gekeken of de betreffende instelling in de maand februari nog gepubliceerd heeft op de diverse platformen

Het Maasstad Ziekenhuis is inderdaad aanwezig op alle platformen. Ze hebben aardig wat volgers, en ze publiceren zich een slag in de rondte. Nu wordt er op Twitter door het ziekenhuis nog wel eens gereageerd op een vraag uit het publiek, maar op de rest van de platformen is de interactie met het publiek ver te zoeken. Zelfs als het Maasstad Ziekenhuis actief vraagt om feedback, zoals in vragen en polls op Hyves en Facebook komt er geen reactie. En van de vele tientallen vacatures is er geen een op LinkedIn te vinden.

Een onderzoek zoals hier is uitgevoerd is nutteloos. De ondertitel ‘Join the conversation‘ is typerend in deze. Hoe lang is er nog sprake van een gesprek als er niemand terugpraat? De inzet van social media door zorginstellingen zou moeten uitgaan van de behoefte van de patiënt, in plaats van de PR-prietpraat over de Berendokter of de hijskraan die een CT-scanner binnentakelt.

Internet staat vol met reviews van producten, diensten en reisbestemmingen, maar als we willen weten wat onze medepatiënten van een arts of behandeling vinden, hoeven we dat niet te zoeken op een ziekenhuissite. Elke zorginstelling voert klanttevredenheidsonderzoeken uit, maar waarom zien we de resultaten niet transparant gepresenteerd? En als we een specifieke vraag hebben over een aandoening zijn we naast de standaard folders van ziekenhuizen aangewezen op obscure medische fora, waar forumleden met bijnamen als ‘MexicanG’ of ‘lemoentje’ ons op weg moeten helpen. Waar is de arts als je hem nodig hebt? We zijn inmiddels gewend om via platformen als Twitter en Quora vrij snel in contact te komen met terzake kundige mensen. Zelfs de oprichters van Twitter geven op Quora desgevraagd antwoord op vragen over hun dienst. Onze dokters verschansen zich echter achter een batterij telefonistes.

Patiënten zoeken online naar betrouwbare informatie, ze zoeken naar veilige omgevingen om met lotgenoten te praten. Patiënten willen transparante informatie over hun behandelaar, en ze willen hem het liefst online tegenkomen in hun zoektocht naar antwoorden. Patiënten hebben begeleiding nodig op hun ‘zorgpad’. Sociale tools kunnen daarbij heel goed van dienst zijn, maar dan zul je als zorginstelling de kracht ervan moeten toepassen in je hele zorgproces. Het aantal volgers op Twitter is daarbij niet van belang.

Samenwerking 2.0 – Social media in je bedrijfsproces

De kracht van interactieve platformen als Twitter en LinkedIn is door menigeen al ervaren. We netwerken ons suf, we delen kennis en informatie en we bespreken het wereldnieuws (of de brand om de hoek). We zien de toegevoegde waarde, want we zijn beter geïnformeerd, kunnen over meer zaken meepraten en door ons uitdijende netwerk wordt er ook nog wel eens een lead gegenereerd voor mogelijke nieuwe opdrachten.

Deze enorme power van dit soort platformen kan binnen (project)organisaties ook veel toevoegen. Toch krijg ik het gevoel dat er nog niet veel gebruik wordt gemaakt van platformen die kennisdeling en interactie binnen bedrijven stimuleren. Er wordt nog steeds enorm veel gemaild, terwijl er voorbeelden te over zijn:

Basecamp voor Projectmanagement
Sinds jaar en dag werk ik al met Basecamp. Dit is een online projectomgeving waarin projectteams een project van A to Z kunnen documenteren. Voortgangsberichten, bestanden, milestones, actielijsten, urenregistratie en gedeelde documenten zijn allemaal voorhanden. Een Reply to all is niet meer nodig.

Wiki voor kennisdeling
Door het Handboek Communities van Erwin Blom nam ik kennis van de saleswiki van Sanoma uitgevers. Een interne wiki bevat daar alle informatie over colega’s, klanten, uitgaven, advertentietarieven, contracthistorie, etc. De salesmanager die gebruik maakt van die wiki blijkt zes keer zo snel zijn informatie bij elkaar te hebben als zijn collega die zijn rolodex en hangmappen moet uitpluizen.

Yammer voor organisatiebrede interactie
Rijkswaterstaat laat in onderstaande video zien hoe een medewerker via Yammer op locatie in contact kan treden met de hele organisatie op het moment dat hij met een acuut probleem zit. Kennis en ervaring wordt hier realtime ingezet om de klus zo goed mogelijk te klaren.


Ik ben benieuwd naar meer ervaringen met de inzet van sociale of interactieve platformen om een project of proces effectiever en beter te laten verlopen. Laat me in de reacties weten welke tools je gebruikt en welke voordelen dat oplevert.

Review: Huid en Haar

Huid en HaarHuid en Haar by Arnon Grunberg
My rating: 3 of 5 stars

Prettig om weer eens meer dan de dagelijkse twee alinea’s in de Volkskrant te lezen van Grunberg, namelijk 520 pagina’s. Het lukt hem weer, om mij dit in vier dagen te laten uitlezen, maar het is voorlopig ook even de laatste roman van hem die ik lees. Er begint een soort gewenning op te treden. Wederom trekt een stoet min of meer wonderlijke personages voorbij, waarvan minimaal de helft met een bovenmatige hang naar sexuele abberaties. Verhaallijnen lopen langzaam in elkaar over, de werkelijkheid ontvouwt zich niet alleen aan de lezer, maar ook aan de op het oog gewone hoofdpersonen. Het zwarte einde is als altijd bij Grunberg onontkoombaar.

View all my reviews

Naschrift: Een boekrecensie lijkt wat off-topic op dit blog. Maar er zijn een aantal redenen om hem toch te plaatsen. Ten eerste krijg jij – de lezer – een idee wat ik doe als ik niet schrijf op dit blog;-) Ten tweede druk ik graag op knopjes, ben ik dol op API’s en verbind ik het hele internet aan elkaar, als het om mijn eigen inhoud gaat. In dit geval zag ik bij mijn digitale boekenplank Goodreads de knop om mijn review door te plaatsen op mijn blog. En dat vind ik leuk. Goodreads is een mooie site als je van lezen houdt. Bovendien zie ik ook welke boeken mijn (nu nog) enige boekenvriend Marco Raaphorst beoordeelt:)

Wat heeft een beeldend kunstenaar aan social media?

Copyright 2011 - Jeanique Kats

Morgenmiddag ga ik in gesprek met een dertigtal pas afgestudeerd beeldend kunstenaars over de impact en de mogelijkheden van social media voor hen als kunstenaar. Het wordt een dialoog, dus we gaan van elkaar dingen opsteken. Toch draai ik dan even de socialmedia-film af door de ogen van een beginnend beeldend kunstenaar. En dan rijzen er toch vragen. Vandaar ook de titel van deze post in vraagvorm, die bovendien goed aansluit bij de internethype van het moment Quora:) Deze vraag is daar trouwens nog niet beantwoord.

Muzikanten waren er vroeg bij. Zij hadden MySpace en YouTube, en konden via die twee kanalen in notime een grote fanbase opbouwen. Nou is muziek ook iets eenvoudiger te distribueren dan een schilderij of beeldhouwwerk. Bovendien zijn er inmiddels ook genoeg verkoopkanalen voor muziek. Maar wat heeft een beeldend kunstenaar aan social media? Je werken komen nooit zo goed tot hun recht op een beeldscherm als in het echt, misschien met uitzondering van een digitale foto op een goede monitor. En exposeren in een galerie of museum is ook niet direct op grote schaal mogelijk.

Drie artiesten in mijn (digitale) omgeving zijn veel te vinden op de sociale platformen. Ik ben benieuwd hoe dit gebruik hen helpt hun doelen te bereiken:

  • Gaby Zwaan is schilder en vergaarde afgelopen zomer roem met zijn portretten van wielrenners op de route van Tour de France. Hij is te vinden op Flickr, Twitter en YouTube. En door zijn nimmer aflatende enthousiasme kreeg hij via sponsor Rabobank zijn favoriete renners te spreken. Vrijdag 28 januari heeft hij bovendien een expositie in Seats2Meet in Utrecht.
  • Jeanique Kats is fotograaf met als voornaamste onderwerp zichzelf. Dat levert prachtige foto’s op in diverse projecten, die te vinden zijn op haar eigen site, maar ook op Facebook, Flickr en Twitter.
  • Chiel van Zelst is kunstenaar en galeriehouder. Op zijn persoonlijke Facebookprofiel heeft-ie twee keer zoveel vrienden als bij zijn Chiellerie. Op Flickr komt zijn Chiellerie vooral terug bij andere users. De opdrachten en verkopen die hij meldt via Facebook duiden op toenemend succes.

Ik vind het top dat ik hen zo kan volgen, maar geldt het ook voor hen dat al deze inspanning op Flickr leidt tot een grotere merkbekendheid zoals bijvoorbeeld op Mashable werd beweerd? En hoeveel laten zij van zichzelf zien online, omdat een kunstliefhebber ook graag het verhaal achter de kunst wil kennen? En als ze dat doen, waar leidt het toe vanuit het kunstenaarsschap bekeken? Ik ga het ze vragen, zo gaat dat namelijk tegenwoordig op internet ;-)

Crowdsourcing for beginners

Eind december lanceerde ons bureau Headline Interactive een internationaal kennisplatform voor Fraude-experts. Bijgaande video laat zien hoe een select gezelschap van Europese, Australische en Noordamerikaanse collega’s hun strijd tegen kaartfraude op dit platform gezamenlijk kunnen voeren. Daaronder volgt een  algemene presentatie  die ik hen gaf over het begrip crowdsourcing, om de kracht van interactieve platforms te verhelderen. Alles in het Engels, gezien het internationale gehoor.

The Power of Interactive Platforms [transcript van de presentatie is te vinden in de comments bij Slideshare]