Guy Kawasaki interviewt Amit Singhal, VP Google Search

Amit Singhal is Senior Vice President en Google Fellow verantwoordelijk voor Google Search. Uiteraard laat hij niets los over het algoritme dat elke SEO specialist wil ontcijferen. Dit interview gaat daarom over de richting waarin Google denkt voor de continue verbetering van search en met name van de user epxerience. Een kort verslag in de vorm van vraag en antwoord:

Guy: Wat is het effect van mobile devices op Google search?

Amit: We zien dat zoeken altijd doorgaat. Tijdens lunch en dinnertime verplaatst het gebruik van desktop naar mobile search. Uitdaging voor Google is om die mobiele search te optimaliseren. Eenvoudigst is wellicht om te praten tegen je smartphone, maar dat is in een congreszaal toch een beetje raar en irritant voor je buurman. Maar ouderwets een zoekterm intypen en de resultaten opzoeken is ook niet altijd mogelijk. Als je in je auto rijdt, moet er dus ook een alternatief zijn voor op het scherm getoonde resultaten, die je op dat moment niet kunt zien.

Guy: Wat is het effect van Google Plus?

Amit: Google Plus maakt search echt universeel. Alles wat je wlt vinden kan gezocht en gevonden worden. Zowel openbare informatie als je persoonlijke assets. Je foto’s zijn alleen voor jou vindbaar, maar openbare content voor iedereen. Documenten voor jou en degenen met wie je het gedeeld hebt. Google zal deze resultaten blijven optimaliseren voor elke gebruiker.

Guy: Maar toch: hoe kom ik op de eerste resultaatpagina?

Amit: Produceer content van hoge kwaliteit, die waarde toevoegt voor je lezers. Zorg dat je lezers die content echt willen hebben, en je zult geheid hoog ranken in de resultaten.

Guy: Dus zeg je nu dat SEO bullshit is?

Amit: Nee…dat zou betekenen dat ik zeg dat marketing bullshit is. Want SEO is niets anders dan het marketen van je content voor Google. Maar als je doet wat ik hiervoor zei, dan heb je niks anders nodig.

Guy: Hoe staat het met Google Now

Amit: Google Now is als de Star Trek computer, met dit vershcil dat Google Now in staat is of moet zijn om je antwoorden te geven op de vraag die je nog niet gesteld hebt. Als je vlucht vertraagd is, dan krijg je dat gewoon te horen. Dat moet Google je vertellen: dingen die je mote weten moeten automatsich naar je toekomen.

Guy: Als je nu een nieuw bedrijf zou beginnen, wat zou dat zijn?

Amit: Willekeurig welk bedrijf dat de enorme hoeveelheid menselijke kennis ontsluit. Elk bedrijf zou ik kunnen starten dat de hele wereld doorzoekbaar maakt. Maar…dat doe ik al bij Google, dus er is geen noodzaak om dit zelf te beginnen:)

Guy: Wat is de grootste uitdaging voor Google?

Amit: Er zijn verschillende key technologies die nog steeds niet goed zijn opgelost: knowledge graph, speech recognition, natural lanuage understanding. Dit zijn drie grote uitdagingne vooe Google. Knowledge, wat weet de user al. Speech, hoe matchen we dit aan de kennis van de user. Natural language, hoe praten we terug. Maar hij is onder de indruk hoever ze toch al zijn op deze drie vlakken

Guy: Wat zijn nieuwe projecten waar Google aan werkt?

Amit: Een voorbeeld van een nieuw project heeft betrekking op ontwikkelingslanden. Als mensen inontwikkelingslanden al toegang tot internet hebben, dan is dat vaak niet in hun native language. Dus Google investeert zwaar in dingen als Google Translate, zodat deze mensen echt het hele internet kunnen bezoeken en niet alleen dat kleine stukje dat in hun eigen taal is geschreven. Bovendien wordt er in computing power geïnvesteerd, om de resultaten ook daar sneller beschikbaar te hebben

Amit: The destiny of search is to become the Star Trek computer.

Advertenties

The Secret Dangers of Online Influence Marketing

Marketeers zijn in deze tijd van versnipperde aandacht en information overload afhankelijk van een goede socialmedia campagne om aandacht voor hun merk te krijgen. En veelal wordt hierbij gezocht naar online influencers die je boodschap kunnen en willen verspreiden. Maar waar vind je die? Er zijn tools als Klout die iedere socialmedia-gebruiker een score geven. De luie marketeer kiest diegene, die enige relatie met het merk heeft én een hoge Kloutscore, en denkt dat-ie klaar is. Inmiddels zou iedere goede digitale marketeer moeten weten dat dit niet werkt. Klout en Kredscores zijn geen invloedmaten, maar populairiteitsscores. Een onderzoek van Lucelle Consulting in verband met de online marketing voor een virgin brand (een merk dat niet eerder op de markt was) wees zelfs uit dat er geen relatie is tussen de de influence-score en de strength of the repsonse. De correlatie was welgeteld 0,09%.

Waar een marketeer dus naar op zoek moet, zijn echte merkambassadeurs. Als je namelijk 10% van je doelgroep hebt warm gemaakt voor je merk, dan lukt het met hen de rest van de doelgroep geïnteresseerd te maken, zo beweert Ekaterina Walter van Intel (tevens succesvol auteur). Maar die 10% vind je dus niet op basis van hun online scores. Sterker nog: 80 tot 90% van Word-of-Mouth-Marketing komt uit het offline kanaal. En Ekaterina zal het wel weten als lid van de Board of Directors van Word of Mouth Marketing Association (WOMMA). Je zult dus goed moeten zoeken, het is hard werken.

Veel bedrijven denken met een zogenaamde Perk (een voordeeltje) ambassadeurs te creëren. Ik krijg ook met enige regelmaat een aanbieding vanwege een hickup in mijn scores van Klout of Kred of iets dergelijks. Zo’n perk gaat uit van het idee dat je mensen moet betalen om zich te laten verbinden (engagen) aan je beedrijf of merk. Maar helaas blijkt toch dat er geen waardevolle content voortkomt uit betaalde influencers. Echte fans hoe je ook niet te betalen, zegt Walter. Echte fans maak je blij met een rondleiding door het hoofdkwartier van je bedrijf, door een praatje met de CEO.

Bij Intel zoekt Walter dus op een andere manier naar merkambassadeurs. Soms heb je geluk en vind je bij toeval een superfan, zoals onlangs een Canadees, die het Intel-logo groot op zijn rug liet tatoeëren en dat in een droge post op zijn Facebook-wall plaatste. Maar doorgaans moet je er veel tijd in steken. Het gaat bij Intel om de positie van een fan binnen zijn eigen netwerk. Intel zoekt relevante personen met relevante content in een voor Intel relevante context. Ga dus niet zelf een community opstarten, zoek naar bestaande netwerken van mensen, die al bezig zijn met jouw merk. Segmenteer, identficeer en target je bericht gericht. En gebruik vervolgens tools om te zien hoe ver je bericht reist, om te weten of je succesvol bezig bent. En denk erom: veel marketeers zijn op zoek naar grote getallen. Duizenden fans of likes. Maar het gaat niet om de aantallen, het gaat om erom dat je goed kan richten. Wees precies!

Tot slot de quote van de dag, die getuigt van zelfreflectie bij de marketeer, die denkt merkambassadeurs te werven met een onpersoonlijke campagne:

We create campaigns, we don’t create movements. But people want to be part of a movement, of something bigger.

Hoe verander of beïnvloed je gedrag?

BJ Fogg is Director van Stanford Behavior Design Lab. Vandaag gaat-ie ons een crashcourse in gedragsverandering geven. In de sessie wordt geen relatie gelegd met toepassingen in de markt, maar het idee erachter is dat als je menselijk gedrag begrijpt en weet hoe je het kunt beïnvloeden, dan kun je deze kennis ook toepassen voor gewenst gedrag van de gebruiker of klant van je product of dienst .

Gedrag verander je alleen in kleine stapjes. Met overzichtelijke doelstellingen. Als voorbeelden komen elke keer een kikker en een aap voorbij die hun eigen gedrag willen beïnvloeden. Zoals:

  • Kikker neemt zich voor 30 minuten per dag te gaan wandelen vanaf nu.
  • Aap neemt zich voor gedurende de komende vijf dagen 10 minuten per dag te wandelen.

Kikker zal bij de eerste regenachtige dag even stoppen en uiteindelijk de gewoonte om te wandelen zich niet eigen hebben gemaakt. Aap zal over een jaar nog steeds dagelijks wandelen. In de terminologie van Fogg heeft kikker een path uitgezet, terwijl aap een span koos. En aap creëerde zo ‘success momentum‘. Fogg: “If you can design your life with success momentum, you can reach big things”

Fogg vindt verder dat we in verkeerde termen over gedrag praten. In bedrijven wordt vaak gesproken over ‘motiveer gedragsverandering’, waar we zouden moeten spreken over ‘faciliteren van gedragsverandering’. Een andere misvatting is dat je eenvoudig kunt breken met een slechte gewoonte. Het is geen slechte gewoonte, het is een hele complexe knoop van gewoonten, die je stap voor stap kunt ontrafelen om te veranderen.

Wanneer kan gedragsverandering succesvol zijn? Volgens de formule van Fogg: b=mat, oftewel: “Behavior happens when motivation, ability and trigger are there at the same time. Behavior change is systematic.” En omdat het systematisch is, kun je hiervoor je eigen systeem opzetten:

  1. Crispify! Oftewel get super specific about your desired behavior
  2. Design a solution (design your environment en neem babystapjes)
  3. Iterate as needed (practice and revise)

En om te zorgen dat je systeem werkt heeft Fogg ook een paar Behavior Hacks in petto:

Behavior Hack 1: Pick something really easy. Maakt het jezelf niet te moeilijk. Denk aan de reikwijdte en de duur en je eigen mogelijkheden om het gedrag uit te voeren.

Behavior Hack 2: Turn an existing routine into a trigger for new behavior. Denk aan

  • koffie inschenken
  • plassen (na het plassen doe ik twee pushups –> kies een simpele handeling die je 7x per dag wilt doen)
  • bril opzetten

Behavior Hack 3: Celebrate tiny successes (immediately)

In een grafiek heeft Fogg weergegeven wanneer je gedrag waarschijnlijk wel en waarschijnlijk niet zal veranderen. Kortweg moet de verhouding tussen je mogelijkheid en je motivatie ideaal zijn, om een trigger effect te laten hebben.Behavior Model van Fogg

Conclusie:

Leuk om voor jezelf te gebruiken, interessant om te zien hoe je deze wijsheden kunt toepassen in een organisatie of in je klantrelatie. Ik kan me voorstellen dat je bijvoorbeeld bij het online brengen van diensten die eerst door mensen aan een balie of aan de telefoon werden afgehandeld, ook zorgvuldig en stap voor stap te werk moet gaan, om de acceptatiegraad bij je klant te verhogen. Of het nou om verzekeringen gaat of om gezondheidszorg.

Meer informatie over BJ Foggs model is hier te vinden: http://bit.ly/foggbehavior

De internetwereld reist af naar Austin voor SXSW Interactive

SXSW InteractiveVandaag reis ik naar het grootste, meest inspirerende internetcongres dat ik ken: South by South West Interactive in Austin (TX), ook bekend als SXSW. Vijf dagen lang zal ik me met zeker 25.000 anderen laven aan inspirerende cases, succesverhalen, droombeelden en toekomstvisies van minimaal duizend sprekers uit de hele wereld. Onder hen zijn creatieven van de grote agencies, activisten van privacy-bewakers, veel onbekenden, maar ook veel (internet)celebs, zoals Elon Musk (cofounder van PayPal en van Tesla Motors en Al Gore.

Ik ben eerder bij SXSW geweest. In 2007 was ik erbij toen Twitter officieel werd gelanceerd, en explodeerde. De wereld is sindsdien veranderd, door de realtime online communicatie die revoluties in verre landen tot een probleem dichtbij maakten. Die de wereld een stuk transparanter heeft gemaakt. In 2009 was ik er ook toen Foursquare zich presenteerde. Vanaf dat moment heeft de term ‘inchecken’ een andere lading gekregen en is location based marketing een nieuwe tak van sport geworden.

Dit jaar is het congres groter dan ooit (zoals elk jaar weer:). Er is heel veel interessants te zien, maar door de enorme omvang is het de vraag of ik ook werkelijk alle panels en sessies zal kunnen volgen die ik in mijn agenda heb staan. Ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Door de ontwikkeling van de techniek komt de zorg voor ieders gezondheid steeds meer in eigen handen te liggen. Met mobiele apps is je bloeddruk te meten, je hartslag, en nog veel meer. Via online platforms kun je met andere patiënten in contact komen, of een e-consult bij je arts aanvragen. Wat is het effect van die ontwikkelingen op de zorgsector, op het individu, maar ook op de industrie die zijn geld verdient in de zorg?

Ik ben ook benieuwd naar de ontwikkelingen van mobiel internet. Van mobiele devices zo je wilt, die door geavanceerde technologie weten waar je bent, of je wandelt of rent, wie je belt, waar je heengaat. Data! Data die je desgewenst kan inzetten voor gedetailleerdere verkeersinformatie (zoals TomTom en Vodafone doen), maar ook voor commerciële doelstellingen. Big Data is sowieso natuurlijk een thema van deze tijd. Door de enorme hoeveelheid gegevens die we verzamelen met bijvoorbeeld (mobiel) internet, electronische betalingen, de automatisering van allerlei processen, kunnen we analyses maken van zo ongeveer alles wat je over de mens/economie/weer/verkeer/etc* (*haal door wat niet van toepassing) wilt weten. Zoals ik zojuist in de Financial Times in het vliegtuig las: de ‘data-companies’ zijn de hoop in bange dagen van onze kwakkelende economie. (Daar komen de activisten, die niet willen dat al onze data voor economisch gewin worden ingezet)

En ik ben nieuwsgierig naar nog veel meer. Hopelijk kom ik ook bij toeval terecht bij sessies, die nieuwe inzichten opleveren. Want dat is hoe het kan gaan. En er zijn genoeg spreekbeurten, waarvan je vantevoren niet weet wat het gaat worden. Een greep uit het zaterdagprogramma ter illustratie:

  • Hacking Cities for a Better, Sustainable Tomorrow
  • Everything is not Important
  • Make it Rain with Mobile: Turn Data into Dollars
  • The Power of Bad Ideas
  • Power of the Sharing Economy
  • Mobile Saturday: Loyalty in the Pocket
  • The Innoavtion, Data & Health Care Ecosystem

Genoeg te doen, genoeg te schrijven. Kijk daarom elke dag even op dit weblog, op twitter of op het groepsblog van een groep Nederlanders die gezamenlijk de thuisblijver (en elkaar) op de hoogte houdt van SXSW.

De impact van mobiel internet [Infographic]

De smartphone verandert de manier waarop je online communiceert met je doelgroep en je klant. Mobiel internet is voor mij al net zo gewoon als het feit dat de krant op tabloidformaat wordt gedrukt. En ik ben niet alleen. De cijfers zeggen dat in 2013 het omslagpunt komt… Zo’n opmerking doet vermoeden dat je geen websites meer voor de desktop computer hoeft te bouwen. Maar het is ook een beetje goochelen met statistieken. Ik pak er even een infographic bij (zie hieronder). Hieruit maak ik een aantal zaken op:

  • In 2013 zijn er meer mobiele internetapparaten in omloop dan desktop-computers…Dat wil niet zeggen dat er ook in absolute zin vaker op mobieltjes naar websites wordt gekeken..
  • In 2012 is het aantal mobiele shoppers flink gestegen ten opzichte van 2011, net als het aantal aankopen…Maar over welke aantallen hebben we het?!

Zo kun je over alle statistieken wat zeggen. Feit is natuurlijk wel dat je uit je eigen Google Analytics-overzichten kunt zien dat je je mobiele bezoekers niet meer kunt negeren. Geef ze een optimale mobiele ervaring. En als je adverteert op mobiel, dan is de laatste metric interessant: ‘Het noemen van een plaatsnaam in een mobiele advertentie genereert een 200% stijging van de CTR.”

++ Click Image to Enlarge ++
How Mobile is Changing Business
Source: How Mobile is Changing Business – Infographic

Patiëntportalen: wordt het nog wat?

Velen van ons denken dat een grotere rol van de patiënt in zijn eigen zorgproces belangrijk is en bijdraagt aan effectieve zorg. Het is daarom eigenlijk raar dat patiëntportalen nog niet gemeengoed zijn. Een patiëntportaal zou het makkelijker moeten maken voor zowel de patiënten als de zorgverleners om inzicht in de eigen situatie te krijgen en om de communicatie te moderniseren tussen patiënten en zorgverleners en tussen zorgeverleners onderling. Of zoals Marleen de Mul van iBMG het afgelopen woensdag op zei op een Nictiz-seminar over dit onderwerp: “Portalen zijn vehikels voor geïntegreerde en gepersonaliseerde zorg.”

Een patiëntportaal is een online toegangspoort die de patiënt via meerdere websites en/of functionaliteiten regie geeft bij het vergaren en delen van informatie over zijn gezondheid

Het iBMG doet onderzoek naar de ontwikkeling van regionale zorgportalen, en tijdens het seminar ‘Patiëntportalen, van beleid naar praktijk….en weer terug’ kreeg ik voldoende inzicht om te concluderen dat we niet alleen aan het begin staan van dit soort eHealth-toepassingen, maar dat het volgens mij ook nog heel lang gaat duren voordat hier standaarden voor zijn ontwikkeld. De reden? Een aantal uitspraken van De Mul waar deze gedachte uit voortkomt:

  • Portaalontwikkeling is een politiek proces’
  • Complexiteit van portalen ligt op veel vlakken, om te beginnen op de vraag: ‘Wie is de eigenaar?’
  • Gezamenlijke ontwikkeling is duur en traag
  • Gegevensuitwisseling tussen instellingen heeft prioriteit
  • Regiovisie op integrale zorg is nodig voor we portalen gaan ontwikkelen

Prachtig! We vinden het belangrijk dat de patiënt een deel van de regie over zijn eigen gezondheid en zorgproces krijgt, maar tegelijkertijd zien we die patiënt niet terug in de onderzoeken van bijvoorbeeld iBMG. De ‘Regio’ is hier het leitmotiv. “De regio” hoor ik u denken, “hoe vaag wil je het hebben?”. Laten we die patiënt nu óók eens betrekken bij de ontwikkeling van portalen. Om hém ging het toch? Marcel Heldoorn van de patiëntenfederatie NPCF meldde bijvoorbeeld dat in 2006 al 75% van de patiënten behoefte had aan een vorm van electronisch consult. Het aanbod van e-consults blijft helaas achter bij de vraag. Natuurlijk, er zijn best voorbeelden te vinden. Bijvoorbeeld FaceTalk van UMC Radboud en het Webspreekuur van St. Antonius Ziekenhuis, maar het wil nog niet echt vlotten.

Er zijn natuurlijk wel wat hobbels te nemen. Als er medische gegevens over internet gaan, is een en ander dan wel goed beveiligd? De businesscase rondbreien, is ook geen sinecure. Vaak blijkt dat er zonder subsidie onder de streep geen zwarte cijfers kunnen worden geschreven bij de exploitatie van ehealth-toepassingen. Dus zal het vaak gaan zoals in UMC Groningen: ‘Wie iets nieuws wil, die betaalt dat zelf’. Maar dan blijkt de patiënt toch aan het kortste eind te trekken, omdat zorgverleners meer baat hebben bij gegevensuitwisseling tussen zorgverleners dan bij een goed geïnformeerde patiënt.

Dit voordeel voor de zorgverleners zal dan wel in geld zijn uitgedrukt. En misschien – als het om geld gaat – is inderdaad een vorm van (regionale? landelijke?) samenwerking noodzakelijk. Want als iedereen de hele kolom van ontwikkeling, implementatie en exploitatie moet betalen komen we er niet. Kunnen we de ontwikkeling van eHealth-toepassingen opknippen, zodat bijvoorbeeld de overheid begint met financiering van de infrastructuur, zodat we daarop kunnen beginnen te bouwen? Of moeten we nu snelle kleine stapjes nemen om iedereen in de keten te laten wennen aan een nieuwe vorm van interactie tussen patiënt en zorgverlener, en is eHealth over vijf jaar een commodity geworden? Een handelsartikel dus, dat we gewoon op de vrije markt kunnen inkopen?

Alle presentaties van het genoemde seminar zijn op de website van Nictiz te vinden.

Betrokken patiënt leidt tot lagere zorgkosten

Patiënten delen zichzelf een steeds grotere rol toe in de zorgmarkt, door zich goed te informeren op internet. Als de zorgverlener hier goed mee om kan gaan, betekent dit misschien wel een rem op de almaar stijgende zorgkosten. Dat kan geconcludeerd worden uit de diverse praktijkcases die vorige week werden gepresenteerd op het eHealth-congres van Emerce in Pakhuis De Zwijger.

Neem de ePatient serieus

De patiënt van de 21ste eeuw wacht niet af tot zijn dokter hem verteld wat er aan schort. Dr. Google is altijd bereikbaar en kent geen wachttijden. Het is dus niet verrassend dat het overgrote merendeel van mensen met een medisch ongemak zijn heil zoekt op internet om informatie over zijn (vermeende) aandoening op te zoeken. En er is veel te vinden, maar vooral ook veel niet onderbouwde informatie en een vrachtlading aan persoonlijke verhalen in relatie tot die aandoening. Zorgverleners die deze trend serieus nemen, en er iets tegenover zetten, zijn de voorlopers in de medische revolutie.

Drie jaar eHealth in Mayo Clinic

De Amerikaanse Mayo Clinic is een lichtend voorbeeld van deze revolutie. Al drie jaar ontplooit de kliniek activiteiten die onder de noemer eHealth kunnen worden geschaard. Los van allerlei activiteiten op sociale media (ze zijn al sinds 2007 aanwezig op Facebook!) zorgt Mayo Clinic voor een optimale dienstverlening via internet. Een aantal voorbeelden:

  • Er is een online service portaal waar asynchrone e-consults plaatsvinden. Het merendeel van de gebruikers van deze electronische consults is overigens ouder dan zestig jaar.
  • Sinds 2009 zijn alle lab-resultaten online beschikbaar voor patiënten.
  • Vanaf begin dit jaar zijn alle klinische notities die de arts maakt direct online beschikbaar voor de patiënt.
  • Zelfs de de resultaten van pathologisch en radiologisch onderozek zijn beschikbaar, weliswaar pas na 72 uur, om te zorgen voor degelijke en ondubbelzinige informatievoorziening.
  • Op Second Life (ja, dat bestaat nog!) zijn inmiddels 180 presentaties gegeven over gezondheidsinformatie in een virtuele conferetiezaal, maar er worden ook gesprekken gefaciliteerd tussen zwangere vrouwen, waarbij het mogelijk is om ook een coach in het gesprek te betrekken.

Al deze activiteiten passen bij de missie om tegen lage kosten efficënte zorg te verlenen. En het werkt. Het is daarbij niet zo dat patiënten in plaats van Google nu de e-consults gebruiken om de hele dag aan informatie over hun medische toestand te komen. Integendeel. Spreker op het congres en arts Interne Geneeskunde Sidna Tulledge-Scheitel vertelde dat ze van haar zeshonderd patiënten hooguit twee keer per dag een electronisch bericht krijgt. Zij noemt deze ontwikkelingen waarbij het ziekenhuis online bereikbaar en aanspreekbaar is overigens geen technologische revolutie maar een service-revolutie.

Betrokkenheid leidt tot beter behandelingsresultaat

Sprekers als Sebastiaan Foppema van het bekendste patiëntenforum PatientsLikeMe en William Valkenburg van FocusCura kunnen de waarde van betrokken patiënten alleen maar onderschrijven. PatientsLikeMe bevat een schat aan informatie. Niet alleen voor patiënten met vaak chronische aandoeningen die naast hulp en informatie hun wel en wee met elkaar delen om zo te zorgen voor verlichting – gedeelde smart is halve smart – maar ook voor bijvoorbeeld huisartsen. Die willen graag toegang tot de gedeelde informatie van hun eigen patiënten. Op die manier zijn ze beter op de hoogte van de fysieke toestand van hun patiënt en kan er gerichter en efficiënter zorg worden verleend. Volgens William Valkenburg leidt het serieus nemen van het online gedrag van patiënten en het betrekken van deze patiënt bij zijn eigen behandeling uiteindelijk zelfs tot betere therapie- en medicijntrouw met een beter behandelingsresultaat als uitkomst.

Online apotheek-portaal succesvol

Een mooie eHealth-case uit eigen land is het online zorgportaal van Kring-apotheek. Apothekers zijn voor veel chronische patiënten de intensiefste gesprekspartners. Het is dus van belang dat zij als geen ander volledig op de hoogte zijn van de gezondheidstoestand van hun cliënten. Maar in de hectiek aan de balie is het soms eenvoudiger direct het herhaalrecept mee te geven dan een gesprek aan te knopen, omdat er nog zes anderen in de rij staan. Kring-apotheek heeft daarom een online omgeving ontwikkeld – Mijnkring-apotheek – waarin zowel de patiënt als de apotheek gegevens invoert over het medicijngebruik en eventuele bijwerkingen. Er wordt zo een database opgebouwd, op basis waarvan de apotheek met CRM-analyses vroegtijdig anomalieën kan detecteren en cliënten kan oproepen voor een contactmoment of onderzoek om eventueel de medicijnverstrekking aan te passen of extra uitleg te geven over juist medicijngebruik. Bovendien komen er ook onvermoede zaken aan het licht, zoals patiënten die melden dat ze hun twee jaar geleden verstrekte morfine nog steeds af en toe gebruiken, maar dit niet terugzien in hun online dossier.

Al met al leidt deze aanpak tot een grotere medicatie-veiligheid, effectief gebruik van medicijnen en bovendien blijkt het tot een betere therapietrouw te leiden. Vanuit het oogpunt van efficiency een enorme vooruitgang. Weliswaar leidt therapietrouw tot een verhoging van de medicijnkosten, maar aan de andere kant kan het vermijden van verkeerd medicijngebruik leiden tot een vermindering van de jaarlijks 18.000 ziekenhuisopnamen ten gevolge hiervan.

Conclusie

In het licht van de verandering van de gezondheidszorg, waarbij het systeem van handelsmarges voor apothekers failliet is, waarbij de vergoeding nog slechts plaatsvindt op basis van de effectiviteit van de geleverde zorg en waarbij de financiering van de zorg in het algemeen een hoofdpijndossier is van de politiek, lijkt de opmars van eHealth-oplossingen de enige uitweg. Nu maar hopen dat deze ontwikkelingen ook snel in de bestuurskamers van zorginstellingen worden omarmd, want op eHealth waren die bestuurders in ieder geval niet aanwezig.

Alle presentaties van het eHealth-congres zijn op Slideshare te vinden