Tagarchief: blogs

Orde aanbrengen in de overdosis informatie

Een artikel over het gebruik van tools op internet om de overdosis aan informatie voor jezelf en andere inzichtelijk te maken. 

Lees jij ook zoveel interessante artikelen op internet? Artikelen die je wilt bewaren, die je wilt delen met anderen, en die wellicht bijdragen aan meer inzicht bij die anderen, omdat jij het signaal van de ruis denkt te kunnen onderscheiden en dit ook leuk onder woorden kan brengen? Dat kan natuurlijk allemaal. Begin een blog en schrijf je in het zweet. Maar je zou toch denken dat het eenvoudiger kon. Dat kan!

  • Artikelen die je wilt bewaren stop je in Evernote
  • Als je het artikel wilt delen, klik je op de tweet-button die vaak bij het artikel staat
  • Wil je de curator zijn, dan kies je voor een dienst als Scoop.it, waar je je eigen inzichten kan toevoegen aan datgene wat je net gelezen hebt, alvorens het te delen.

Die dingen doe ik dus allemaal. Maar gisteravond dacht ik: dat kan toch anders, man. Met een paar diensten (oud en nieuw) op internet kan ik de bovengenoemde handelingen tot eentje terugbrengen.

Van Evernote naar Postach.io

evernote-logoEvernote is de app die je complete archief, administratie, adresboek en bookmarkbeheer kan overnemen. Ik gebruik het vooral om dingen te onthouden, meestal dingen die ik op internet tegenkom. Nou las ik bij The Next Web over een nieuwe blogservice Postach.io die je notities in Evernote direct kan publiceren als blogpost. Selecteer daarvoor een notebook in Evernote, en vervolgens wordt elke notitie die je daarin stopt, gepubliceerd.

Scoop.it

scoopit-logoMaar hoe vind je nou het kaf tussen het koren. Waar vind je de informatie die je graag zou willen bewaren in Evernote? Ik hou erg van het iPad-magazine Zite dat op basis van je leesgedrag en voorkeuren op maat gesneden artikelen aanbiedt. Maar ik kijk niet altijd op de iPad. Scoop.it doet iets soortgelijks, maar dan in je browser. Op basis van zelf ingevoerde tags toont het allerlei suggesties voor interessante content. Deze content kun je met een druk op de knop bewaren cq. toevoegen aan je verzameling. Je bouwt zo een eigen archief rondom een bepaald onderwerp op. Je kunt er bovendien voor kiezen om het artikel te delen op sociale netwerken. Nadeel: de user interface van Scoop.it ziet er eigenlijk niet uit. En je moet altijd eerst via Scoop.it alvorens het originele artikel te kunnen lezen.

If This Then That

ifttt-logo

Toen greep ik maar eens naar If This Then That (IFTTT). Een door mij zeer gewaardeerde maar vooral onbenutte dienst, die allerhande online acties (mailen, tweeten, etc.)  voor je kan uitvoeren op basis van voorgedefinieerde triggers. Elke nieuwe Instagram-foto, kun je op die manier automatisch naar je moeder mailen. In mijn geval:

  • Als ik iets interessants lees, wil ik het kunnen scoopen met Scoop.it
  • Als ik iets gescoopt heb, dan wil ik dat het automatisch ook in Evernote komt. ~ Evernote kan zelf mijn notitie publiceren op Postach.io, als ik het maar in het goede notitiebook laat binnenkomen.
  • Als er iets op mijn Postach.io-blog wordt geplaatst door Evernote, wil ik dat er automatisch een tweet uit mijn naam wordt verstuurd met een link naar het zojuist gecreëerde artikel op het blog ‘Martijn’s Notities’

Mijn IFTTT-recepten doen het helemaal goed. Hier is bijvoorbeeld mijn recept om een nieuw item in mijn Scoop.it-bakje, via de RSS-feed in het juiste Pistach.io-notebook in Evernote te gooien. En ik kan nu dus met één druk op de knop:

  1. Een artikel bewaren in mijn Scoop.it-afdeling over eHealth
  2. Een notitie met datzelfde artikel in Evernote opslaan, wat fijn is, omdat Evernote een fenomenale zoekfunctie heeft en ik dus op een later moment alles kan terugvinden.
  3. Mijn Postach.io-blog automatisch bijwerken met een nieuw artikel
  4. Een tweet versturen met een link naar dit artikel op mijn eigen blog, om mijn aanhang op de hoogte te brengen.

Hoe gaaf is dat? Twee nadelen nog, die hopelijk kunnen verdwijnen als Postach.io uit de beta-fase komt en dat is dat Postach.io de opmaak van het oorspronkelijke artikel enigszins verprutst, en de link die wordt gepubliceerd voert je alsnog langs Scoop.it. Maar dat mag de pret niet drukken van een volledig geautomatiseerd systeem voor content curation, archiving en blogging:)

Advertenties

Internet voor dummies

Eind jaren negentig keek ik met grote ogen naar internet en browsers, vanwege de verbazing over “hoe het toch allemaal mogelijk was”. Nu kijk ik naar internet met grote ogen van verbazing hoe het denken over internet toch zoveel obstakels heeft overwonnen.

Tien jaar geleden had ik langdurige meetings met JAVA-programmeurs over de mogelijkheid van uitbreidingen van een website. Nu kan iedereen vrijwel alles bedenken, en er is niet veel overleg voor nodig om te weten: dat kan.

Foto’s publiceren? Ja, dat kan: Flickr.com verzorgt de upload, hosting en beheer én publicatie van al je materiaal. Voor niks of bijna niks. Je moet alleen nog even bedenken of je ze niet ergens anders ook wilt publiceren. Op je eigen site, op een weblog, op meerdere sites, zeg het maar. Met video’s, documenten of presentaties is het niet anders.

Een groot deel van deze vooruitgang is te danken aan de opkomst van het gebruik van de open API op internet, voluit de Application Programing Interface. De API zorgt ervoor dat programmeurs toegang krijgen tot de gegevens op een bepaalde website om deze data te kunnen hergebruiken voor publicatie elders. Of mooier nog, om ze te gebruiken voor het verrijken van andere data.

Gevolg hiervan is dat je eigenlijk niet meer na hoeft te denken of iets kan of niet kan op internet. Alles kan! Dit maakt het denken over internet voor niet-ingewijden een stuk eenvoudiger. Laat je ideeën de vrije loop. Of je nou een community wilt, een videomontage-programma, een archief voor je duizenden foto’s of een evenementenkalender, waar mensen zich nog kunnen aanmelden ook. En de API zorgt er in de meeste gevalen voor dat je de hiermee gepubliceerde inhoud allemaal bij elkaar kan brengen op één plek onder jouw eigen naam, met je eigen merkbeleving.

Maar nog mooier dan het bij elkaar brengen, is juist die ongebreidelde distributie van je materiaal. Ik stuur bijvoorbeeld mijn met de iPhone geschoten foto’s dagelijks naar Mobypicture. Via Mobypicture worden ze vervolgens naar plekken gestuurd als Hyves, Facebook en Flickr. Mijn publiek vergroot zich vanzelf. En wat doe ik vervolgens met mijn Flikcr-foto’s? Die stuur ik automatisch naar Pulse, de sociale netwerkomgeving van de aloude adresboek-synchronisatietool Plaxo. Gevolg? Via deze bereiken mijn foto’s een nog veel groter deel van mijn netwerk. Een deel dat bovendien niet direct op de voornoemde social networks aanwezig is. Ik krijg reacties op mijn foto’s uit hoeken, waaruit ik het niet verwacht. En dat is enorm leuk.

Een soortgelijk voordeel zie ik in de koppeling van dit weblog met mijn LinkedIn-account. Meer lezers, meer reacties. Reacties in het echte leven dan, want ik bereik daar ook mensen die niet hun eerste oprisping direct aan de reacties op een weblog toevertrouwen. Deze ontwikkeling voelt als een enorme bevrijding. Tuurlijk, je hebt nog steeds programmeurs nodig om met deze API’s iets nieuws tot stand te brengen (zoals bijvoorbeeld Mupps), maar het denken over internet kent inmiddels geen begrenzingen meer.

Publieke omroepen en social media: Succesverhalen en gemiste kansen (4)

Kort geleden schreef ik hier het artikel Social Media? Duik erin! Als je niet zo’n durfal bent om direct te duiken, maar wel erg benieuwd naar de kracht van social media, kun je eerst beginnen met te luisteren naar wat mensen over je merk (lees: omroep) of product (lees: programma) zeggen. Er zijn meerdere manieren om dit te achterhalen. Omdat op weblogs meestal vaker een mening wordt geventileerd dan op een willekeurige nieuws- of startpagina is Google’s Blogsearch een goed begin om reacties te vinden op je programma’s.

collaborationEen tweede stap die je kan zetten is het gesprek aangaan met je publiek. Dat kan door op blogartikelen te reageren. Maar met een duidelijke doelgroep is het nog slimmer om zelf een blog te beginnen. Je biedt hiermee een kijkje in de keuken, en je kan bovendien nog wat leren van je publiek.

Bert Jansen van Human heeft vorig jaar het initiatief genomen tot het platform Docblogs. DocBlogs zijn weblogs van documentairemakers op de site van het documentaireplatform Holland Doc. Wie de DocBlogs leest, krijgt inzicht in het ontstaan van een documentaire. Maar dat niet alleen: het lokt tegelijk een hoop reacties en betrokkenheid uit van de bezoekers. Er is op Docblogs een levendige community ontstaan rondom documentaires. De kijkcijfer-politie zal misschien zeggen “Leuk die honderd reageerders, maar daarvoor gaan we geen documentaires van een paar ton maken”. Maar die honderd mensen zijn wel de mensen die tijdens het productieproces van zo’n documentaire voor waardevolle input kunnen zorgen.

Omdat een documentaire in mijn beleving vaak een kunstproject is, waarvan het script al helemaal vast staat – je wilt als maker toch een bepaald verhaal vertellen – zou zo’n intiatief van Human nog veel beter aansluiten bij programma’s als Tegenlicht waar vaker actuele onderwerpen worden aangesneden, waar bovendien genoeg discussie over kan onstaan. Ik weet zeker dat de Tegenlicht-kijker doorgaans een hoogopgeleid persoon is danwel een kritische kijk op de wereld heeft. Als de redactie die intellectuele wereldburgers aan zich kan binden in een community, en ze via een blog op de hoogte houdt van de onderwerpen die op de agenda staan, dan weet ik zeker dat een deel van de bureauredactie door deze community uit handen wordt genomen. Ik vermoed dat er geen enkel thema of vakgebied is te bedenken waarover de Tegenlicht kijker geen gefundeerde mening heeft. De kennis van deze community zou een verrijking kunnen zijn van de programma’s. Bovendien heb je een enorm reservoir aan deskundigen, mocht je iemand nog eens geïnterviewd willen opvoeren.

Nou wil het geval dat in 2006 Tegenlicht een samenwerking is aangegaan met Sargasso. De bloggers van Sargasso willen naar eigen zeggen aandacht geven aan nieuws dat terzijde is geschoven door de traditionele media, informatieve stukken schrijven over wetenschap, politiek of cultuur alsmede wat te doen aan vroeg-Ming dynastie fetishisme. Een slimme zet van Tegenlicht, want zonder eerst zelf een community op te gaan bouwen, vinden ze in de Sargasso-blogger en hun lezerspubliek geestverwanten. De samenwerking leidde tot levendige discussies over de Midden-Oosten-problematiek op Sargasso en uiteindelijk zelfs tot een zesluik over dit onderwerp bij Tegenlicht. Social media volgens het boekje! Maar het lijkt alsof daarna de liefde voorbij was. Uiteraard wordt er nog wel geschreven op Sargasso over uitzendingen van Tegenlicht, maar dat deden ze waarschijnlijk voor de samenwerking ook al. Jammer, want het beloofde veel goeds in de zomer van 2007.

Snufje Social voor elke website

Google kondigde maandag Friend Connect aan. Dit is een nieuwe dienst om zonder programmeerwerk elke website van sociale functionaliteit te voorzien. En dat is een goede ontwikkeling. Al heb ik buiten het voorbeeld van Google zelf er nog niets van gezien, het idee om sociale activiteit te stimuleren buiten de huidige sociale netwerken spreekt me erg aan.

Lang geleden was er al een dergelijk idee ontwikkeld door Eyebees. Met Eyebees kun je als bezoeker op een site andere bezoekers ‘zien’. Je kunt ze ook volgen op hun weg door de site, en die vrienden kunnen je zelfs meenemen naar andere sites. Het klinkt als een leuke sociale bezighoid, maar door de relatieve anonimiteit binnen deze applicatie voel je niet echt direct verbondenheid. Waar je die verbondenheid wel direct voelt, is met MyBlogLog. De eigen profilepage is bij deze dienst voor mij secundair. Het leuke is dat je op blogs die de MyBlogLog-widget voeren, direct kunt zien welke andere lezers de site bezochten en kennelijk een zelfde interesse tonen in de onderwerpen die daar worden besproken.

Een tijd geleden las ik ergens de bewering dat weblogs de nieuwe sociale netwerken zouden vormen. Waarom? Omdat weblogs meestal een focus hebben op bepaalde onderwerpen of thematiek, en de lezers van die blog zijn hoogstwaarschijnlijk gelijkgestemden, of ten minste geïnteresseerd in eenzelfde onderwerp. Dat gegeven maakt de succeskans van sociale activiteit een stuk groter. Een voorbeeld tot slot ter onderbouwing hiervan is de mini-community rondom ballonvaren op babl.nl. Een clubje van 76 man die inmiddels een kleine vierduizend berichten met elkaar heeft gedeeld rondom hun gezamenlijke passie: de heteluchtballon.

Hoe populair is vlogging?

De videoblogs schieten niet als paddestoelen uit de grond, maar het is inmiddels ook een niet meer weg te denken onderdeel op internet. Persoonlijk vind ik videoblogs een aanwinst. Via RSS krijg ik een hoop tekst binnen. Nieuws en achtergronden over honderd ontwikkelingen en bedrijven. Zeer interessant allemaal. Maar één video zegt meer dan duizend woorden.

Robert Gaal van blueace is onlangs begonnen met video’s op zijn blog onder de naam Startupaholic. Hij gaat de komende tijd allerlei startups in beeld brengen. En door zijn eerste bijdrage heb ik direct een heel ander beeld bij Nimbuzz dan daarvoor. Het blijft beter hangen, doel bereikt. Goed gedaan Robert!

Maar wat ik mij al wat langer afvroeg: ben ik nou de enige die videoblogs volgt, of is het een breed bekeken fenomeen? Het lukt me echter niet om een helder beeld te krijgen van bezoekcijfers (of eigenlijk kijkcijfers). Ik verwacht dat Rocketboom of PodTech een fors aantal kijkers hebben, maar hoeveel?

Een website waar wel statistieken zijn te vinden is Vlogmap. Vlogmap is een directory waar veel Videoblogs zijn gelist. De meeste van deze Vlogs gebruiken Feedburner met een open statistieken API. Op basis van die gegevens wordt veruit het meeste bezoek behaald door WebbyAward-winner Terravideos. Hun feed wordt dagelijks ruim 18.000 keer bekeken. De nummer 2 in de lijst zit op een derde daarvan. En de eerste Nederlandse vlog in deze lijst was op (Vlogmap-statistieken van 31 juli – MV) Designguide.tv met ruim 400 bekeken video’s, gevolgd door Xolo.tv (228), Hans Menstrum’s Screencast (225) en Notontv (60). Daarna duiken de aantallen onder de 25 per dag.

[UPDATE – 7 november 2007]

Deze cijfers blijken echter niet maatgevend te zijn. Getuige de reacties onder dit bericht is het aantal werkelijke downloads een stuk hoger. De meeste kijkers halen de video’s als een directe download binnen vanaf de website van de publisher. En daarmee haalt bijvoorbeeld Xolo.tv een respectabele 60.000 downloads per maand

Conclusie: vlogging is here to stay!