Tagarchief: socialmedia

‘Gratis’ adverteren op Instagram

Instagram is vorig jaar door Facebook gekocht voor een miljard dollar en zal nu geld moeten gaan verdienen. Nadat al eerder was aangekondigd dat het advertentiemodel ook voor hen de kas moet spekken, wordt nu duidelijk hoe dit eruit gaat zien. Instagram staat op het standpunt dat de manier van adverteren op het platform moet passen bij het gebruik door de liefhebbers van het platform. Zoals ze op hun eigen blog schrijven moet advertenties ‘creatief en onderhoudend’ zijn. En als je als gebruiker de advertentie niet wilt zien, kun je hem met een eenvoudige handeling verbergen.

Dit is natuurlijk niet wat merken willen als ze gaan adverteren. Dus komt het er voor hen op neer dat ze ook echt ‘creatief en onderhoudend’ te werk gaan. Dat je hiervoor geen ‘zendtijd’ hoeft in te kopen bij Instagram hebben sommige merken al eerder laten zien. Of het nou met een wedstrijd is, of in de vorm van storytelling: goede content wordt gezien. Hoe grote merken als Mercedes-Benz dit aanpakken, beschreef ik vorige maand op Marketingfacts. Hieronder heb ik nog zeven creatieve voorbeelden op een rij gezet.

Advertenties

The Secret Dangers of Online Influence Marketing

Marketeers zijn in deze tijd van versnipperde aandacht en information overload afhankelijk van een goede socialmedia campagne om aandacht voor hun merk te krijgen. En veelal wordt hierbij gezocht naar online influencers die je boodschap kunnen en willen verspreiden. Maar waar vind je die? Er zijn tools als Klout die iedere socialmedia-gebruiker een score geven. De luie marketeer kiest diegene, die enige relatie met het merk heeft én een hoge Kloutscore, en denkt dat-ie klaar is. Inmiddels zou iedere goede digitale marketeer moeten weten dat dit niet werkt. Klout en Kredscores zijn geen invloedmaten, maar populairiteitsscores. Een onderzoek van Lucelle Consulting in verband met de online marketing voor een virgin brand (een merk dat niet eerder op de markt was) wees zelfs uit dat er geen relatie is tussen de de influence-score en de strength of the repsonse. De correlatie was welgeteld 0,09%.

Waar een marketeer dus naar op zoek moet, zijn echte merkambassadeurs. Als je namelijk 10% van je doelgroep hebt warm gemaakt voor je merk, dan lukt het met hen de rest van de doelgroep geïnteresseerd te maken, zo beweert Ekaterina Walter van Intel (tevens succesvol auteur). Maar die 10% vind je dus niet op basis van hun online scores. Sterker nog: 80 tot 90% van Word-of-Mouth-Marketing komt uit het offline kanaal. En Ekaterina zal het wel weten als lid van de Board of Directors van Word of Mouth Marketing Association (WOMMA). Je zult dus goed moeten zoeken, het is hard werken.

Veel bedrijven denken met een zogenaamde Perk (een voordeeltje) ambassadeurs te creëren. Ik krijg ook met enige regelmaat een aanbieding vanwege een hickup in mijn scores van Klout of Kred of iets dergelijks. Zo’n perk gaat uit van het idee dat je mensen moet betalen om zich te laten verbinden (engagen) aan je beedrijf of merk. Maar helaas blijkt toch dat er geen waardevolle content voortkomt uit betaalde influencers. Echte fans hoe je ook niet te betalen, zegt Walter. Echte fans maak je blij met een rondleiding door het hoofdkwartier van je bedrijf, door een praatje met de CEO.

Bij Intel zoekt Walter dus op een andere manier naar merkambassadeurs. Soms heb je geluk en vind je bij toeval een superfan, zoals onlangs een Canadees, die het Intel-logo groot op zijn rug liet tatoeëren en dat in een droge post op zijn Facebook-wall plaatste. Maar doorgaans moet je er veel tijd in steken. Het gaat bij Intel om de positie van een fan binnen zijn eigen netwerk. Intel zoekt relevante personen met relevante content in een voor Intel relevante context. Ga dus niet zelf een community opstarten, zoek naar bestaande netwerken van mensen, die al bezig zijn met jouw merk. Segmenteer, identficeer en target je bericht gericht. En gebruik vervolgens tools om te zien hoe ver je bericht reist, om te weten of je succesvol bezig bent. En denk erom: veel marketeers zijn op zoek naar grote getallen. Duizenden fans of likes. Maar het gaat niet om de aantallen, het gaat om erom dat je goed kan richten. Wees precies!

Tot slot de quote van de dag, die getuigt van zelfreflectie bij de marketeer, die denkt merkambassadeurs te werven met een onpersoonlijke campagne:

We create campaigns, we don’t create movements. But people want to be part of a movement, of something bigger.

Kansen voor cultuursector in het nauw

De cultuursector beleeft zware tijden, maar dat weerhoudt de sector er niet van om met innovatieve blik vooruit te kijken. Deze week was ik in Gent op het congres New Technologies for New Audiences. Wat mij opviel was het ongebreidelde enthousiasme waarmee verlichte personen uit de cultuursector kansen zien in de technologische ontwikkelingen om de cultuurbeleving nog beter en persoonlijker te maken.

De interessantste ontwikkeling vond ik het UiTiD van Cultuurnet Vlaanderen. Dit is een dienst die op basis van jouw gedrag – online en offline – en jouw social graph aanbevelingen kan doen voor mooie voorstellingen. Een zogenaamde cultural recommendation engine. We kennen dergelijke diensten al van Amazon, maar het mooie van UiTiD is dat het een webservice is die door alle deelnemende culturele instellingen kan worden geïntegreerd in hun website. Hiermee wordt het voor de cultuurliefhebber mogelijk om zijn profiel op diverse sites steeds verder te verfijnen. Zo kun je aangeven welke voorstellingen je mooi vindt, en welke absoluut niet. Door je sociale profielen te koppelen, telt het gedrag van je online vrienden ook mee. Maar ook kan je aankoopgedrag van tickets worden meegnomen in de optimalisatie van je profiel. Wat volgt is een lijst persoonlijke aanbevelingen die je kunnen verleiden tot meer cultuurconsumptie.

De toename van ‘cultuurconsumptie’ of het vergroten of verbreden van je publiek is ook het uitgangspunt van Audiences Europe Network dat een serie congressen organiseert in Europa. Zelf was ik uitgenodigd als keynote-spreker om een algemener verhaal te houden over de mechanismen achter het succes van sociale media, en hoe de cultursector dit in haar voordeel kan aanwenden. Zie hieronder mijn presentatie. Een artikel over hetzelfde onderwerp verscheen eerder dit jaar in het kwartaaltijdschrift Boekman 87, en is online nog na te lezen.

Wil je me ook nog in het echt zien spreken, hier is mijn keynote in een video-opname in twee delen

  • Deel 1 (11 minuten, zonder audio in de laatste minuut)
  • Deel 2  (40 minuten)

Het is de zorg een zorg

Zorg 2.0 is onder internetprofessionals al bijna een stoffige term, maar in de zorgsector zijn er slechts enkelen die het belang van een patiëntgerichte tweeweg-communicatie inzien. Vorige week publiceerde de artsenfederatie KNMG een Handreiking voor het gebruik van Social Media door artsen’, een voorzet voor een socialmedia-beleid dat zorginstellingen kunnen instellen. De KNMG maakt zich sinds de oprichting in 1849 sterk voor de kwaliteit van de beroepsuitoefening van artsen, en het is dus prachtig om te zien dat het gebruik van sociale media nu ook wordt bijgevoegd in het rijtje Meldcode Kindermishandeling, Steun en Consultatie bij Euthanasie en Beroepsgeheim&Politie/Justitie.

Maar is de zorgsector al zover? Ik vraag het me af. Natuurlijk zijn er mensen als Lucien Engelen en instellingen als het Radboud Ziekenhuis, die er alles aan doen om de patiënt centraal te stellen en de bewezen technieken van social media toepassen in de dagelijkse praktijk. Maar net zo vaak kom je het tegenovergestelde tegen. In de tweets van Lucien verbaast hij zich er vrijwel dagelijks over. Zelf heb ik in gesprekken met een aantal specialisten van diverse ziekenhuizen ook gemerkt dat er meer krachten spelen dan alleen de wens om klantgericht te opereren (om het maar eens plastich te benoemen:)

Twee voorbeelden om dit te illustreren:

  1. Op mijn vraag of het niet een mooie geste zou zijn om patiënten de mogelijkheid te bieden per e-mail contact te zoeken met zijn specialist, was het antwoord: ‘Nee joh, dan zit ik de hele dag te e-mailen’. Dat eventueel de acht telefonistes die nu vragen van patiënten beantwoorden en soms op briefjes (papier!) aan hem doorspelen, dit ook voor een deel voor hun rekening zouden kunnen nemen, kwam niet in hem op. Een andere specialist zei dat-ie dat alleen toestond voor ‘CEO’s en dergelijke die veel op reis zijn, en even mail-contact willen vanuit de USA.’
  2. Een voorstel om de voorlichting die nu in zaaltjes in het ziekenhuis aan een beperkt aantal geïnteresseerden wordt gegeven (ook) online te brengen, bijvoorbeeld met een videostream en interactiemogelijkheden voor de kijker, werd op zich goed ontvangen. Het potentiële bereik is groter, de deelname laagdrempeliger. Waarom de neuroloog in kwestie het toch niet zou doen, was de mores van de orde van neurologen. Wie was híj om te denken dat hij online een beetje goede sier kon maken met de specialistische kennis van het vakgebied. Iedereen weet dat er maar één de beste neuroloog was, en dat was hij in ieder geval niet.

Angst voor het onbekende, angst voor de vakgenoten, en de onzekere factor van de patiënt die opeens wel heel dichtbij komt als ze terug kunnen praten, lijken op dit moment hogere drempels dan we als voorvechters van Zorg 2.0 kunnen overzien. Dan is een handreiking van de KNMG een goed begin, maar bij nadere inspectie is het de volle 19 pagina’s een vertaling naar Twitter van de gedragscode die artsen offline sowieso al hanteren.

Open brief aan Roek Lips

Beste Roek Lips,

Ik heb je boekje ‘Ben ik in beeld’ gekocht, in de hoop inzicht te krijgen in de ideeën over ‘nieuwe media’ op het hoogste niveau van de Publieke Omroep. Helaas is de lezer dat kijkje in de keuken niet gegund. Het is eigenlijk meer een ‘Best of…Social Media!’ geworden.  Een rondgang langs alle succesnummers op internet, van de Goldcorp-case die wordt beschreven in Wikinomics tot de ‘YouTube-hit met de krokodil, de bizon en de leeuw’. En het gaat vooral over alles, behalve over de Publieke Omroep.

De genoemde succesnummers stammen toevallig beiden uit 2007, wat erop lijkt te duiden dat je toen al de diverse memes voorbij zag komen. Maar de toon van jouw schrijven klinkt anders. Het is alsof je als kind voor het eerst de snoepwinkel van binnen ziet. Dat maakt dat het boek prettig leest: de wereld van internet is mooi. Maar het is ook bevreemdend voor een boek van de netmanager van Nederland 3. Ik ga ervanuit dat je het hebt geschreven met het doel je collega-bestuurders voor eens en voor altijd te overtuigen van nut en noodzaak van een actieve (crowdsourcende, co-creërende) rol voor de Publieke Omroep op internet, maar dat je het zelf natuurlijk allang doorhad.

Ik twijfel echter. Ik twijfel, omdat in het hele boek vrijwel geen enkel voorbeeld voorkomt van de publieke omroepen, de bespelers van ‘jouw’ net. En dat terwijl de laatste twaalf jaar tientallen miljoenen euro’s met instemming en goedkeuring van de NPO zijn besteed aan de meest fantastische en niet zelden succesvolle internetprojecten waarbij het publiek een belangrijke rol speelde. Jij hebt al die tijd in Hilversum rondgelopen, en de helft van de tijd zelfs als netmanager.

De voorbeelden zijn onuitputtelijk en sommige zijn net zo grijs gedraaid als de Will It Blend- en Lego-voorbeelden die je aanhaalt. Vaak slaan ze de middelste van jouw drie B’s nog over ook (Broadcast, MV).

  • VPRO’s 3VOOR12 betrekt al vijftien jaar de muziekliefhebber bij zijn muziekplatform. Van het aloude 3VOOR12 Lokaal tot het recente Film It Yourself, waar de Facebook-generatie met behulp van een mobiele app zorgt voor een meercameraregie van uiteenlopende acts. Het gaat daarbij om het verhaal, de inhoud, niet eens zozeer om de kwaliteit.
  • VARA’s Kassa zou niet zo succesvol zijn, zonder het enorm actieve online consumentenforum. Het serieus nemen van je publiek leidt tot een grotere betrokkenheid.
  • TROS nam bij de Sterren Academy de stem van de Hyvers en Twitteraars als uitgangspunt bij een populairiteitscontest tussen de deelnemers. Bij de Sterren Awards kon men stemmen. Gevolg: explosieve groei van Hyves-fans en nieuwsbriefabonnnees. Een community van gelijkgestemden is binnen handbereik.

Let wel: ik ben het eens met je betoog. De wereld is veranderd, en Hilversum moet mee. Er is geen keus. Maar de NPO besluit op dit moment de bezuigingsdruk van Den Haag aan te grijpen om de hele internettak de nek om te draaien.

Zeg me alsjeblieft dat dit mogelijk is, omdat jouw ideeën gemeengoed zijn geworden op het Mediapark. Dat dit het teken is dat het besef van de importantie van internet in alle lagen van de organisatie is doorgedrongen, en dat er dus geen aparte internetafdelingen meer nodig zijn, omdat internet integraal onderdeel is geworden van het programmeer-, marketing- en personeelsbeleid. Dat jouw boek het startschot is en niet het eindpunt van een crossmediaal, nee zelfs transmediaal beleid.

Ergens denk ik echter dat er nog een lange weg te gaan is, en dat op dit moment het gevaar bestaat dat het kind met het badwater wordt weggegooid, en dat internet in de Hilversumse ‘mediamix’ een marginale rol gaat spelen.

In afwachting van je reactie.

Met vriendelijke groet,

Martijn Verver

Klout is vooral een online illussie

Er zijn steeds meer diensten die je online invloed proberen te meten en bij te houden. Empire Avenue maakt er een spel van: je hebt tienduizend aandelen en de beurswaarde van die aandelen wordt hoger naarmate je actief bent op de diverse sociale netwerken. [Koop aandelen in mij!]  Klout daarentegen is bloedserieus. Met analyses, grafieken en vergelijkingen met je online vrienden krijg je van Klout een cijfer tussen 0 en 100, dat aangeeft hoe invloedrijk je bent. Online, that is.

Klout=57Ik geef toe, ik ben er ook gevoelig voor, al heb ik er geen bal aan. Een hogere Klout-score brengt me geen nieuwe vrienden, geen business, niks. Maar een hoge score geeft wel aan dat je kennelijk actief bent online en veel mensen bereikt. En daar kan goed gebruik van worden gemaakt door merken die producten in de markt willen zetten. Op The Next Web las ik over een modefeestje in Florida, waar je alleen binnenkwam met een Klout-score van 40 of hoger. Gevolg? Online rumoer. Had je een te lage score, dan vond je het belachelijk. Had je een hoge score, dan zorgde je ervoor dat men wist dat je binnen was. Binnen = beroemd.

De viral marketeers hebben het met Klout een stuk makkelijker gekregen om online influencers te vinden. Maar op het persoonlijke vlak, moet je toch goed nadenken of die Klout-score je brengt wat je wilt. Wil je offline een netwerk bouwen? Om zaken te doen of carrière te maken, of anderszins invloedrijk te zijn in het échte leven? Misschien stelt die Kloutscore dan helemaal niks voor, en is de tijd die je besteed om hem te verhogen verloren tijd. Om maar een voorbeeld te geven: Jack Welch. Ik zit nog net onder hem met mijn Klout-score van 57, maar toch krijgt híj $100.000 voor een spreekbeurt en een miljoen voorschot op zijn nieuwe boek. Nog afgezien wat hij bij General Electronics allemaal heeft bereikt met z’n lousy Klout-score van 62. Of zoals Aaron Biebert schrijft: Offline Influence is deeper dan online Klout.

De niche maakt Sociale Media groot

{EAV_BLOG_VER:d083e35d9db5f43b}

Sociale Media heeft de afgelopen jaren voor enorme opwinding gezorgd. Internet heeft onmiskenbaar een menselijke kant gekregen. In de vele publicaties over deze ontwikkeling gaat vrijwel altijd de aandacht uit naar ‘de grote jongens’. Naar de 700 miljoen leden van Facebook, naar het businesmodel van Twitter en sinds vorige week uiteraard naar de meest recente poging van Google om een rol te spelen tussen deze mastondonten van het sociale web met hun nieuwe dienst Google+ (waar mijn collega Siegfried onlangs een stuk over schreef op Marketingfacts).

In mijn beleving blijven de kleinere spelers onderbelicht. Er zijn talloze online diensten, communities zo je wilt, die gebruik maken van precies dezelfde principes, zonder de druk van een miljardenomzet of tenminste de inlossing van de belofte van grootkapitaal. De ‘wereldleiders’ proberen de markt te overschaduwen en tegelijkertijd relevant te blijven met een menselijke maat. Denk aan de groepen-functionaliteit in Facebook, de lists in Twitter en de circles in Google+. De ‘specialisten’ daarentegen nemen die menselijke maat als uitgangspunt, en weten op die manier een eigen succesvolle niche te creëren.

AirbnbAirbnb is zo’n specialist. Met slechts een account en een creditcard heb je toegang tot de huur van tienduizenden huizen en appartementen in 185 landen. Van Almelo tot Hawaii bieden gewone mensen hun woning aan voor verhuur. De site organiseert slechts de communicatie en de ratings en reviews. Zelf ben je na een boeking verantwoordelijk voor duidelijke afspraken met de verhuurder. Het werkt zo simpel dat ik via mijn iPhone in drie klikken een appartement in hartje Parijs heb gehuurd voor nog geen €90,- per nacht. De kracht van dit platform zit hem in de focus op één behoefte: de wens van velen om een vreemde stad te verkennen vanuit een ‘eigen’ huis. En het is een succes omdat heel veel mensen bereid zijn hun woning ter beschikking te stellen voor een behoefte die ze bij zichzelf herkennen. Er komt geen reisbureau meer aan te pas.

WazeWaze maakt op een heel andere manier gebruik van de macht van het getal. Waze is een mobiele applicatie die gratis navigatiesoftware levert op basis van realtime condities op de weg. Ieder gebruiker die de applicatie aan heeft staan tijdens het autorijden, seint zijn positie en snelheid door en draagt zo bij aan het berekenen van de meest efficiënte route voor anderen die op pad gaan. Files worden zo snel ‘zichtbaar’ voor andere weggebruikers. TomTom had hiervoor een dure deal met Vodafone nodig. Hier wordt gebruik gemaakt van de mobiele computerkracht van de vele miljoenen smartphones die de verkeersdeelnemers sowieso al bij zich hebben.

InstagramInstagram is een iPhone App die een immense community van fotoliefhebbers bij elkaar heeft gebracht binnen een scherm van een paar inch. Elke foto die je deelt met je volger kun je vooraf nog bewerken met een van de vijftien filters. Je publiceert hem als je wilt direct op Twitter, Facebook of Flickr. En je volgers kunnen hem ‘liken’ en reageren. Je kruipt via de foto’s op een eenvoudige manier manier in de huid van een ander – bekend of onbekend

Apps for Amsterdam is een intitatief van Waag Society, de Gemeente Amsterdam en Hack de Overheid. Zowel de overheid als het bedrijfsleven beschikt over enorme hoeveelheden feitelijke informatie over de samenleving, van criminaliteitscijfers tot vuilnisophaalroutes, van de kwaliteit van scholen tot verkeersstatistieken. Developers worden uitgenodigd om hun applicaties te ontwikkelen op basis van beschikbare Open Data van de gemeente Amsterdam. Zo is op basis van deze data de Energielabel App ontwikkeld. Deze App laat energiegegevens zien over gebouwen en woningen en geeft gebruikers gratis subsidie-advies. De kracht van dit initiatief ligt in het feit dat data pas interessant worden al je ze combineert. De sociale kacht is dat door de data vrij te geven via internet, de expertise van anderen buiten je organisatie wordt ingezet om deze zinvolle combinaties te maken.

Deze voorbeelden zijn slechts een topje van de ijsberg, maar ik wil ermee laten zien dat sociale media niet alleen een iPad-weggeef-campagne is op Facebook of zoveel mogelijk volgers op Twitter. Juist door een niche te benoemen, en daaromheen kennis en enthousiasme te verzamelen, kunnen de princpes van sociale media – communicatie, samenwerking, kennisdeling –  tot succes leiden.

Kortom: sociale media is groot, maar kan juist op kleine schaal tot succes leiden!