Tagarchief: sxsw

Terugblik op South by South West 2013

South by South West 2013 (SXSW) is voorbij. Mijn jetlag ook, dus ik heb tijd gehad om een en ander te laten bezinken en het in een artikel te gieten. Besef goed dat SXSW zo groot is als tien conferenties bij elkaar. In de vijf dagen in Austin (TX) heb ik dus hele andere sprekers gezien dan de 25.000 andere bezoekers. Dit is daarom mijn geheel subjectieve waarneming. Mijn SXSW was een combinatie van de ontwikkelingen in eHealth, Quantified Self, Big Data, Behavioral Design, Social, Mobile en nog veel meer. Voor gedetailleerde verslagen van specifieke sessies, klik terug in de tijd op dit blog.

eHealth

Sinds een paar jaar heeft het thema eHealth een eigen track op het evenement, met elke dag vele sessies. Wat opvalt is dat de innovatie vooralsnog niet bij de curatieve zorginstellingen vandaan komt, maar uit de preventieve hoek. Ziekenhuizen bijvoorbeeld zijn zelf nog aan het digitaliseren voordat ze aan de patient toekomen, en zijn bovendien aan veel regels en richtlijnen gebonden met betrekking tot patientveiligheid en betrouwbaarheid en veiligheid van medische gegevens. Vernieuwing in zo’n omgeving kost tijd, veel tijd.

We zien de zorgverzekeraars de rol van vernieuwer op zich nemen. Een verzekeraar is namelijk gebaat bij gezonde cliënten. Zo investeert de Amerikaanse verzekeraar Aetna veel geld in producten en diensten die de patiënt en zijn gezondheid centraal stellen. Zoals Zipongo waar consumenten gezonde alternatieven voor de muffin en de hamburger kunnen vinden, en bovendien de kortingsbonnen kunnen downloaden voor een supermarkt in de buurt. Gezond leven hoeft niet duur te zijn, zoals velen denken. Een andere dienst is CarePass, een platform waar cliënten alle data uit hun zogenaamde Quantified Self-apps (Runkeeper, Fatsecret) en -gadgets (FitBit, MyBreath) kunnen bijhouden, om zo gezonder gedrag te stimuleren.

Big Data

Maar lukt dat ook? We genereren weliswaar steeds meer data over onszelf – je kunt bij 23andme.com zelfs een spuugbakje kopen voor 99 dollar, om na zes weken je persoonlijke genoom te ontvangen en te kunnen vergelijken met je online peers om je levensverwachting eventueel bij te stellen. Maar zorgen die Big Data ook dat we ons anders gaan gedragen. Het is een vraag die op een aantal momenten terugkomt op SXSW. Niet alleen in relatie tot gezondheidszorg, maar in het algemeen. Alle apps en gadgets om ons zelf te quantificeren, vragen voor een deel nog steeds input van onszelf en daarmee wilskracht. En die wilskracht is misschien wel het zwakke punt. Tenzij je een sessie bijwoont van BJ Fogg (wat ik deed:). BJ Fogg is een gedragsexpert en oprichter van het Persuasive Technology Lab van Stanford University. Zijn gedragsmodel leert dat je elk gedrag kunt aanleren als je het maar in kleine stapjes doet. In een eerder artikel ga ik hier wat dieper op in.

Big Data dus, belangrijk onderwerp van deze tijd. We verzamelen de data, maar wat gaan we er voor zinnige dingen mee doen. Bedenk kleine diensten die de consument begrijpt. Als bijvoorbeeld de overheid al zijn publieke data vrijgeeft, heeft het niet veel zin om dit direct allemaal ongefilterd op een website te gooien. Sluit aan bij waar de mensen behoefte aan hebben. In Nederland is er bijvoorbeeld het programma Hack de Overheid. De overheid biedt allerlei actuele overheidsdata aan via een open API, een interface waar je als programmeur tegenaan kan ‘praten’. En zo ontstaan allerlei kleine intitatieven als Openkvk, om even snel (gratis!) in de database van de Kamer van Koophandel te grasduinen of Omgevingsalert, waar je een pushnotificatie krijgt als er in jouw buurt een vergunnig wordt aangevraagd voor een verbouwing of een bomenkap, iets wat doorgaans altijd ongemerkt maar ongewild aan je voorbij gaat.

Gadgets, Robots en andere Emerging Technologies

Data verzamelen we ook steeds meer met personal devices. Met de Nike Fuelband registreer je de stappen die je zet en daarmee je calorieverbruik. Met FitBit idem dito. Met MyBasis registreer je daarnaast ook nog je hartslag en je slaapkwaliteit. Met mijn Garmin sporthorloge registreer ik verder nog locatie en snelheid. Maar met je smartphone meet je nog veel meer. In de gemiddelde smartphone zitten inmiddels veertien sensors, van Gyroscope tot Lichtsensor, van GPS tot NFC. As we al die gegevens kunnen combineren, en als we onze apparaten allemaal met NLP en Machine Learning ook signaal van ruis kunnen laten onderscheiden, dan komen we eindelijk eens in die toekomst waar de ijskast onze boodschappen doet, de telefoon vanzelf overgaat als je naar huis moest bellen zodra je bij de supermarkt was, de robot-wereld zeg maar. The Internet of Things noemen we het ook wel. Blijft natuurlijk lastig om een apparaat echt slim te laten zijn. Zo kun je een computer deterministisch leren afleiden wat de kans op regen wordt aan de hand van luchtdruk en temperatuur, maar volgens Jeff Bonforte van Xobni kun je beter kijken naar welk schoeisel de mensen in een specifieke stad die ochtend hebben aangetrokken om te zien of het die dag gaat regenen. Het verschil tussen deterministisch en stochastisch afleiden, kan een computer dat leren?

Aan nieuwe technologie overigens geen gebrek in Austin. De 3D-printers zijn inmiddels draagbaar en ze kunnen gitaren afdrukken en sjaals en schoenen. Je computer kun je binnenkort met gebaren aansturen, zoals Tom Cruise in de film Minority report, dankzij de LeapMotion. Je kunt je schoen tegen je laten praten, zoals een prototype Adidas die in het Google Lab werd ontwikkeld gedurende de week. En uiteraard liepen er übergeeks met een GoogleGlass over straat. Prachtig allemaal, maar het gaat natuurlijk om wat je ermee kunt dat de wereld verbetert, vereenvoudigt. Bij 3D printen kun je bijvoorbeeld denken aan het behoud van archeologische vondsten door een exacte reproductie te maken. Of aan gepersonaliseerde protheses voor mensen die een arm of been moeten missen.

Social Media

Maar kwam Social Media nog wel aan bod op het evenement waar Twitter in 2007 werd gelanceerd? Ja natuurlijk. Als je wilt kun je naar social media presentaties en workshops voor bibliothecarissen, voor koejesfabrieken, voor non-profits, etc. Maar wat ik vooral zag, is hoe social media ‘gewoon’ is geworden. Het is er en het gaat nu om de verdieping, om hoe je ermee omgaat. Lees bijvoorbeeld mijn artikel over hoe je de influencers op social networks bereikt, om je merk te verspreiden onder je doelgroep, en de gevaren die huidige tools met zich meebrengen. Maar het geldt ook voor wetenschappers, die voor een belangrijk deel nog steeds op basis van een 17 eeuws model peer-reviewing doen van wetenschappelijke artikelen. David Weinberger van het Harvard Innovation Lab gooit tegenwoordig een eerste versie van zijn artikel op Google Docs en vraagt collega-wetenschappers via sociale media of ze even willen meekijken. Binnen drie dagen is zijn stuk gereviewd, geredigeerd en zijn de spelfouten eruit gehaald. De kracht van open netwerken wordt hier voor hem goed aangetoond.

Omdat een artikel in een gerennomeerd tijdschrift in de wetenschap nog steeds de norm is voor je kwaliteit als wetenschapper, is dit echter een methode die niet veel collega’s van hem zullen volgen. Daarom heeft promovendus Jason Priem de dienst ImpactStory ontwikkeld, een tool die wetenschappers en andere academici helpt waardering te krijgen voor het bedrijven van wetenschap in een toegankelijke, interactieve online omgeving. In andere woorden voor dingen als bloggen, twitteren, delen van open data en het schrijven van open source software. Zou dit een eerste stap kunnen zijn van ‘papernative’ wetenschap, naar ‘webnative’ wetenschap. We zullen het zien.

Mobile Everything

Mobile is natuurlijk een belangrijk thema. Veel sessie waren echter zo populair dat je er met geen mogelijkheid bij kon. Of het zaaltje was te klein, dat kan ook. Maar voor iedereen is helder dat mobiel geen nieuwigheid is, maar misschien wel het belangrijkste platform om op te focussen. Van mobile health, tot mobile loyalty, mobile money, mobile commerce en mobile search. Het gaat niet meer om apps of sites. Natuurlijk moet alles een optimale interface hebben op een smartphone en heb je voor sommige diensten de hardware van de telefoon nodig en bouw je daarom een app. Maar het gaat dus om die diensten.

Voor Google bijvoorbeeld is de smartphone een belangrijk object van aandacht. De mobiel wordt steeds belangrijker, ook voor Googles diensten. Omdat men steeds meer en steeds vaker mobiel online gaat en dus ook mobiel zoekt, moet de hele zoekervaring onder handen worden genomen. Spraakherkenning wordt belangrijk, maar ook natural language processing. De locatie van een user is ook van belang. Zo kan Google via zijn relatief nieuwe dienst Google Now locatiegebaseerde notificaties sturen. Zoals Amit Singhal, Vice President van Google Search zegt: “The destiny of Google Search is to become the Star Trek Computer” (maar dan in je zak dus:)

En verder?

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met wat er allemaal in Austin gebeurde

  • over de ondernemerstijl van Esther Dyson, een ondernemer en angel investor, op dit moment vooral in de Healthsector, maar ook in Spacetech.
  • over het grote denken van Elon Musk, die na PayPal, Tesla Motors en Solar City start en vervolgens in de ruimtevaart stapt en naar Mars wil (net als Dyson overigens:)
  • over Al Gore die de toekomst bekijkt
  • over Bootylog, de app om je bedgeheimen te delen (als onderdeel van een beweging die strijd tegen tienerzwangerschappen)
  • over Qpid.me, waar je de SOA-status van je potentiële bedpartner kunt checken alvorens je materiaal verzamelt voor je BootyLog;)
  • over Grumpy Cat, waar ik oog in oog mee stond, zonder te weten dat het de beroemdste poes van de wereld was. Een uur later stonden permament gedurende vijf dagen 500 man in de rij om met het arme beest op de foto te gaan.

Maar het is teveel voor één artikel. Als je meer wilt weten, zoek in Google op SXSW en filter op de afgelopen week, dan krijg je veel terugblikken. Met take-aways als:

  • Social is inherent to all organizations
  • Technology can democratize services (Over Uber die de taxi-industrie toegankelijk maakt voor de consument)
  • It’s better to have 10 customers who love your product than 100 who like it. Optimize your business toward your most valuable customers.
  • Rather than think about social sharing among your customers, make it easier for customers to use what they are already using. Customer delight will lead to social sharing.

Voor wie nog enkele keynotes wil zien. Oracle heeft er een aantal gesponsord en deze online gezet. Het waren de eerste video’s die ik tegenkwam. Met onder meer Stephen Wolfram en Al Gore.

De tijd is rijp voor investeringen in Health Innovation

De aandacht voor gezondheid en zorg op SXSW wordt elk jaar groter. Omdat sprekers en bezoekers veelal in de zogenaamde Techindustry werkzaam zijn – als ontwikkelaar, investeerder, startup of publicist – gaat de aandacht vaak uit naar allerlei gave technische innovaties. Er zijn inmiddels bijvoorbeeld honderden apps op de markt in de categorie Quantified Self: hou zelf bij hoeveel je eet, loopt, sport, drinkt, slaapt. Veel apps hoef je niet eens aan te raken, die meten vanzelf je bewegingen, zoals bijvoorbeeld Moves. Ook zijn er steeds meer gadgets, zoals de Nike Fuelband en de FitBit. Voor een uitgebreide verzameling van QS-gadgets check deze Pinterest-pagina. Neem daarbij de preoccupatie van ons geeks met social media en daarmee de wens tot meer interactie tussen cliënt en dokter, en je ziet een gapend gat tussen een traditionele, sterk gereguleerde sector en de innovators.

Dus waar hebben we het dan over, hier in Austin? Dat de tijden veranderen. De zorgsector verandert onder invloed van de recessie, de politiek, maar ook van de burger die op een andere manier met zijn gezondheid bezig is of wil zijn. Aetna, een grote Amerikaanse zorgverzekeraar, heeft om die reden een incubator opgezet (Healthagen) die investeert in startups met goede plannen om de zorgsector te vernieuwen. Een daarvan is bijvoorbeeld Medicity, een platform voor de uitwisseling van gezondheidsinformatie. Een tweede is WellMatch, een soort marktplaats voor zorg, waar consumenten  op basis van reviews en beschikbare kortingen kunnen kiezen voor de voor hen juiste zorgaanbieder. Dit wordt hier op zondag gepresenteerd. Veel andere door hen gefinancierde startups bewegen zich in het veld van het al eerder genoemde Quantified Self. Aetna heeft namelijk een platform opgezet – CarePass – waar je als user alle data van je tracking devices kan verzamelen. Je hartslagmeter, je caloriemeter en je stappenteller, allemaal bij elkaar op één plek. Door middel van contests dagen ze developers uit om met deze enorme hoeveelheid data iets nieuws te doen.

Inderdaad: die enorme hoeveelheid data. We registreren van alles en nog wat. Naast bovengenoemde zaken, voeren we ook in wat we eten en drinken in apps als Foodzy en hebben we een weegschaal die elke dag ons actuele gewicht twittert. Maar de grote vraag is: draagt die registratie van ons gedrag ook bij aan onze gezondheid? Die vraag werd beantwoord in een panel, waar ik jammer genoeg niet bij kon zijn. De mensen in de rij wachtenden overtroefden het aantal aanwezigen in het te kleine zaaltje. Het is een vraag overigens die ook door een Nederlandse partij als YouPlus wordt gesteld.

Zoals je ziet: het blijft een beetje ronddraaien in de wereld van de preventieve zorg. Maar volgens de investeerder van Healthagen, Charles Saunders, zijn er een aantal ‘hot areas of innovation voor healthcare’:

  • accountable care enablement
  • consumer engagement
  • population health en it-managament
  • health and wellness 2.0
  • big data

En volgens Saunders is tijd ook rijp, nu overheid en industrie grote stappen nemen in investeringen in Health Tech Innovation. De CTO van the U.S. Department of Health and Human Services doet er alles aan om de markt op te schudden door innovatiesubbsiedies en door samenwerkingen te forceren tussen de private en publieke sector. En wat de industrie betreft: zelfs Mark Zuckerberg, oprichter van Facebook, looft miljoenen uit voor innovatieve ideeën, onder meer met betrekking tot de zorgsector.

En waar het allemaal toe leidt? Hopelijk naar een zorgsector die gebruik maakt van de mogelijkheden van dataverzameling en die inspeelt op de behoefte van meer regie door de patiënt. Het gevolg is wel dat als je tegenwoordig bij de dokter zit, grote kans is dat de dokter een groter deel van het consult op zijn beeldscherm kijkt en aan het typen is, dan dat er een face-to-face-gesprek plaatsvindt. Misschien is dit het gevolg van de beginfase van ehealth, laten we hopen dat dit niet de norm wordt. Zoals Steve Jobs zei: een belangrijk deel van het succes, zo niet, alles hangt af van de user experience. Aan de andere kant, als het leidt tot volledige en beter toegankelijke dossiers, misschien moet die dokter dan lekker blijven typen!

Digital Health changes Everything..slowly

Zondag op SXSW begon voor mij wederom met een panel over Digital Health. Ditmaal een Canadese club sprekers. Aan tafel naast Brendan Seaton van ITAC HEalth een ICT koepelorganisatie, Al Hildebrandt, founder van QHR, die heel groot wordt in de markt voor electronische patiëntendossiers en Tiffany Terrier van NexJ die onder meer patiëntenportals ontwikkelt vanuit de ‘Patiënt Centraal-gedachte.’

Uitgangspunt voor all drie de panelleden zijn vier trends die de gezondheidszorg de komende tien jaar gaan veranderen:

  1. Mobiele technologie: Je krijgt dokters niet achter een desktop, maar geef ze een iPhone of Tablet en ze zijn om wat betreft de digitalisering van hun werk
  2. De cloud: data moet steeds makkelijker beschikbaar zijn en deelbaar
  3. Social media: opkomst van het consumentisme, persoonlijke patïentendossiers en patiëntportalen
  4. Big Data en Analytics: we creëren nu bergen aan data, die moeten we gebruiken voor research en systeemmanagement.

Als je deze vier ontwikkelingen naast elkaar zet, dan zie je direct welke problemen daarbij voor kunnen komen en dus getackled moeten worden:

  • Privacy-issues: gezondheidsinformatie vinden mensen hun meest prive informatie
  • Security: integriteit van data en beschikbaarheid van data wordt een kritsche factor
  • Veiligheid: healthtechnologie kan helpen om veiligheid te verbeteren, maar kan ook veiligheidsrisico’s introduceren, bijvoorbeeld door bugs in het IT-systeem.

NexJ is naar eigen zeggen al een heel eind om in ieder geval applicaties voor people centered health op de markt te bengen, onder de noemer connected wellness. Ze ontwikkelen zowel een draagbaar patiëntendossier als een patiëntenportaal. Leden van het piortaal kunnen ‘connecten’ met hun gezondheidsinformatie en kunnen het delen met wie zij zelf willen. En via een smartphone-app kun je hulp van je dokter krijgen wanneer je het nodig hebt en waar je ook bent.

Mijn vraag aan het panel was, waar dat persoonlijk patiëntendossier dan vandaan komt. Uit het verhaal van Al Hildebrandt werd namelijk wel duidelijk dat QHR vooral met EPD’s voor instellingen bezig is. Of zoals hij zelf zei: “Onze opdracht is om de dokterskamer te digitaliseren, niet om een persoonlijk patiëntendossier te ontwikkelen, zoals NexJ”. Het feit dat QHR vorige week in Canada een partnership heeft gesloten met McKesson zegt ingewijden genoeg. Maar NexJ werkt dus samen met bedrijven als QHR, om te zorgen dat je als patiënt een kopie van je EPD kunt opvragen dat deelbaar is. Het is alleen nu nog niet mogelijk om eventuele wijzigingen weer terug te schieten in je EPD. Het is de digitale variant van de dossierkopie die ja altijd al kon aanvragen bij je dokter of ziekenhuis. Voordeel nu is dat je het makkelijker kunt delen. Voor iemand die regelmatig diverse zorgverleners bezoekt is dit niet echt heel handig, omdat je na een week alweer een verouderd dossier bij je draagt.

Het zal vast in de toekomst (5 jaar?) mogelijk zijn om een realtime online synchronisatie van je dossier te realiseren. Ondertussen werkt NexJ aan applicaties die aansluiten op hun platform. Bijvoorbeeld voor ‘transitional caremanagement’, gepersonaliseerde en in lekentaal opgestelde zorgplannen en een app voor Diabetes-patiënten. BIj deze app maakt een patiënt een foto van elke maaltijd en beantwoordt een paar standaard vragen (wat voor portie? small/medium/large) – hoeveel calorieën denk je?). Na je maaltijd word je gebeld met een paar vragen (hoe voel je je, wat is je energieniveau, etc). Vervolgens zijn de foto met de antwoorden op de vragen in de cloud beschikbaar voor je zorgcoach. Die kan eventueel contact met je opnemen als jij denkt dat die dubbele Whopper met bacon en extra frites een kleine portie is.

We komen er wel. Met die patient-centered-health. Langzaam, maar gestaag.

The Secret Dangers of Online Influence Marketing

Marketeers zijn in deze tijd van versnipperde aandacht en information overload afhankelijk van een goede socialmedia campagne om aandacht voor hun merk te krijgen. En veelal wordt hierbij gezocht naar online influencers die je boodschap kunnen en willen verspreiden. Maar waar vind je die? Er zijn tools als Klout die iedere socialmedia-gebruiker een score geven. De luie marketeer kiest diegene, die enige relatie met het merk heeft én een hoge Kloutscore, en denkt dat-ie klaar is. Inmiddels zou iedere goede digitale marketeer moeten weten dat dit niet werkt. Klout en Kredscores zijn geen invloedmaten, maar populairiteitsscores. Een onderzoek van Lucelle Consulting in verband met de online marketing voor een virgin brand (een merk dat niet eerder op de markt was) wees zelfs uit dat er geen relatie is tussen de de influence-score en de strength of the repsonse. De correlatie was welgeteld 0,09%.

Waar een marketeer dus naar op zoek moet, zijn echte merkambassadeurs. Als je namelijk 10% van je doelgroep hebt warm gemaakt voor je merk, dan lukt het met hen de rest van de doelgroep geïnteresseerd te maken, zo beweert Ekaterina Walter van Intel (tevens succesvol auteur). Maar die 10% vind je dus niet op basis van hun online scores. Sterker nog: 80 tot 90% van Word-of-Mouth-Marketing komt uit het offline kanaal. En Ekaterina zal het wel weten als lid van de Board of Directors van Word of Mouth Marketing Association (WOMMA). Je zult dus goed moeten zoeken, het is hard werken.

Veel bedrijven denken met een zogenaamde Perk (een voordeeltje) ambassadeurs te creëren. Ik krijg ook met enige regelmaat een aanbieding vanwege een hickup in mijn scores van Klout of Kred of iets dergelijks. Zo’n perk gaat uit van het idee dat je mensen moet betalen om zich te laten verbinden (engagen) aan je beedrijf of merk. Maar helaas blijkt toch dat er geen waardevolle content voortkomt uit betaalde influencers. Echte fans hoe je ook niet te betalen, zegt Walter. Echte fans maak je blij met een rondleiding door het hoofdkwartier van je bedrijf, door een praatje met de CEO.

Bij Intel zoekt Walter dus op een andere manier naar merkambassadeurs. Soms heb je geluk en vind je bij toeval een superfan, zoals onlangs een Canadees, die het Intel-logo groot op zijn rug liet tatoeëren en dat in een droge post op zijn Facebook-wall plaatste. Maar doorgaans moet je er veel tijd in steken. Het gaat bij Intel om de positie van een fan binnen zijn eigen netwerk. Intel zoekt relevante personen met relevante content in een voor Intel relevante context. Ga dus niet zelf een community opstarten, zoek naar bestaande netwerken van mensen, die al bezig zijn met jouw merk. Segmenteer, identficeer en target je bericht gericht. En gebruik vervolgens tools om te zien hoe ver je bericht reist, om te weten of je succesvol bezig bent. En denk erom: veel marketeers zijn op zoek naar grote getallen. Duizenden fans of likes. Maar het gaat niet om de aantallen, het gaat om erom dat je goed kan richten. Wees precies!

Tot slot de quote van de dag, die getuigt van zelfreflectie bij de marketeer, die denkt merkambassadeurs te werven met een onpersoonlijke campagne:

We create campaigns, we don’t create movements. But people want to be part of a movement, of something bigger.

Hoe verander of beïnvloed je gedrag?

BJ Fogg is Director van Stanford Behavior Design Lab. Vandaag gaat-ie ons een crashcourse in gedragsverandering geven. In de sessie wordt geen relatie gelegd met toepassingen in de markt, maar het idee erachter is dat als je menselijk gedrag begrijpt en weet hoe je het kunt beïnvloeden, dan kun je deze kennis ook toepassen voor gewenst gedrag van de gebruiker of klant van je product of dienst .

Gedrag verander je alleen in kleine stapjes. Met overzichtelijke doelstellingen. Als voorbeelden komen elke keer een kikker en een aap voorbij die hun eigen gedrag willen beïnvloeden. Zoals:

  • Kikker neemt zich voor 30 minuten per dag te gaan wandelen vanaf nu.
  • Aap neemt zich voor gedurende de komende vijf dagen 10 minuten per dag te wandelen.

Kikker zal bij de eerste regenachtige dag even stoppen en uiteindelijk de gewoonte om te wandelen zich niet eigen hebben gemaakt. Aap zal over een jaar nog steeds dagelijks wandelen. In de terminologie van Fogg heeft kikker een path uitgezet, terwijl aap een span koos. En aap creëerde zo ‘success momentum‘. Fogg: “If you can design your life with success momentum, you can reach big things”

Fogg vindt verder dat we in verkeerde termen over gedrag praten. In bedrijven wordt vaak gesproken over ‘motiveer gedragsverandering’, waar we zouden moeten spreken over ‘faciliteren van gedragsverandering’. Een andere misvatting is dat je eenvoudig kunt breken met een slechte gewoonte. Het is geen slechte gewoonte, het is een hele complexe knoop van gewoonten, die je stap voor stap kunt ontrafelen om te veranderen.

Wanneer kan gedragsverandering succesvol zijn? Volgens de formule van Fogg: b=mat, oftewel: “Behavior happens when motivation, ability and trigger are there at the same time. Behavior change is systematic.” En omdat het systematisch is, kun je hiervoor je eigen systeem opzetten:

  1. Crispify! Oftewel get super specific about your desired behavior
  2. Design a solution (design your environment en neem babystapjes)
  3. Iterate as needed (practice and revise)

En om te zorgen dat je systeem werkt heeft Fogg ook een paar Behavior Hacks in petto:

Behavior Hack 1: Pick something really easy. Maakt het jezelf niet te moeilijk. Denk aan de reikwijdte en de duur en je eigen mogelijkheden om het gedrag uit te voeren.

Behavior Hack 2: Turn an existing routine into a trigger for new behavior. Denk aan

  • koffie inschenken
  • plassen (na het plassen doe ik twee pushups –> kies een simpele handeling die je 7x per dag wilt doen)
  • bril opzetten

Behavior Hack 3: Celebrate tiny successes (immediately)

In een grafiek heeft Fogg weergegeven wanneer je gedrag waarschijnlijk wel en waarschijnlijk niet zal veranderen. Kortweg moet de verhouding tussen je mogelijkheid en je motivatie ideaal zijn, om een trigger effect te laten hebben.Behavior Model van Fogg

Conclusie:

Leuk om voor jezelf te gebruiken, interessant om te zien hoe je deze wijsheden kunt toepassen in een organisatie of in je klantrelatie. Ik kan me voorstellen dat je bijvoorbeeld bij het online brengen van diensten die eerst door mensen aan een balie of aan de telefoon werden afgehandeld, ook zorgvuldig en stap voor stap te werk moet gaan, om de acceptatiegraad bij je klant te verhogen. Of het nou om verzekeringen gaat of om gezondheidszorg.

Meer informatie over BJ Foggs model is hier te vinden: http://bit.ly/foggbehavior

De internetwereld reist af naar Austin voor SXSW Interactive

SXSW InteractiveVandaag reis ik naar het grootste, meest inspirerende internetcongres dat ik ken: South by South West Interactive in Austin (TX), ook bekend als SXSW. Vijf dagen lang zal ik me met zeker 25.000 anderen laven aan inspirerende cases, succesverhalen, droombeelden en toekomstvisies van minimaal duizend sprekers uit de hele wereld. Onder hen zijn creatieven van de grote agencies, activisten van privacy-bewakers, veel onbekenden, maar ook veel (internet)celebs, zoals Elon Musk (cofounder van PayPal en van Tesla Motors en Al Gore.

Ik ben eerder bij SXSW geweest. In 2007 was ik erbij toen Twitter officieel werd gelanceerd, en explodeerde. De wereld is sindsdien veranderd, door de realtime online communicatie die revoluties in verre landen tot een probleem dichtbij maakten. Die de wereld een stuk transparanter heeft gemaakt. In 2009 was ik er ook toen Foursquare zich presenteerde. Vanaf dat moment heeft de term ‘inchecken’ een andere lading gekregen en is location based marketing een nieuwe tak van sport geworden.

Dit jaar is het congres groter dan ooit (zoals elk jaar weer:). Er is heel veel interessants te zien, maar door de enorme omvang is het de vraag of ik ook werkelijk alle panels en sessies zal kunnen volgen die ik in mijn agenda heb staan. Ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Door de ontwikkeling van de techniek komt de zorg voor ieders gezondheid steeds meer in eigen handen te liggen. Met mobiele apps is je bloeddruk te meten, je hartslag, en nog veel meer. Via online platforms kun je met andere patiënten in contact komen, of een e-consult bij je arts aanvragen. Wat is het effect van die ontwikkelingen op de zorgsector, op het individu, maar ook op de industrie die zijn geld verdient in de zorg?

Ik ben ook benieuwd naar de ontwikkelingen van mobiel internet. Van mobiele devices zo je wilt, die door geavanceerde technologie weten waar je bent, of je wandelt of rent, wie je belt, waar je heengaat. Data! Data die je desgewenst kan inzetten voor gedetailleerdere verkeersinformatie (zoals TomTom en Vodafone doen), maar ook voor commerciële doelstellingen. Big Data is sowieso natuurlijk een thema van deze tijd. Door de enorme hoeveelheid gegevens die we verzamelen met bijvoorbeeld (mobiel) internet, electronische betalingen, de automatisering van allerlei processen, kunnen we analyses maken van zo ongeveer alles wat je over de mens/economie/weer/verkeer/etc* (*haal door wat niet van toepassing) wilt weten. Zoals ik zojuist in de Financial Times in het vliegtuig las: de ‘data-companies’ zijn de hoop in bange dagen van onze kwakkelende economie. (Daar komen de activisten, die niet willen dat al onze data voor economisch gewin worden ingezet)

En ik ben nieuwsgierig naar nog veel meer. Hopelijk kom ik ook bij toeval terecht bij sessies, die nieuwe inzichten opleveren. Want dat is hoe het kan gaan. En er zijn genoeg spreekbeurten, waarvan je vantevoren niet weet wat het gaat worden. Een greep uit het zaterdagprogramma ter illustratie:

  • Hacking Cities for a Better, Sustainable Tomorrow
  • Everything is not Important
  • Make it Rain with Mobile: Turn Data into Dollars
  • The Power of Bad Ideas
  • Power of the Sharing Economy
  • Mobile Saturday: Loyalty in the Pocket
  • The Innoavtion, Data & Health Care Ecosystem

Genoeg te doen, genoeg te schrijven. Kijk daarom elke dag even op dit weblog, op twitter of op het groepsblog van een groep Nederlanders die gezamenlijk de thuisblijver (en elkaar) op de hoogte houdt van SXSW.

SXSW2010 is voorbij: de lessons learned

South by South West Interactive – het techevent van het jaar – is voorbij. De internetindustrie kan weer aan het werk met de lessen die ze daar hebben geleerd. De Nederlandse bloggers hebben een heel mooi verslag gemaakt dit jaar op hun groepsblog. De onderwerpen van de honderden panels liepen uiteen van interaction design tot privacy, en social media blijft in Austin al jaren de gemoederen bezig houden. Jay Bear beschreef zijn bevindingen in dertien observaties, waarvan ik er hier een aantal zal aanstippen. Lees zijn hele verhaal op Convince&Convert.

Locatie, Locatie, Locatie

Al een aantal jaar zien we location based services ontstaan, maar met de catfight tussen Foursquare en Gowalla tijdens SXSW2010 is de beer los. Beide diensten bieden ieder op hun eigen manier de gebruiker een hoop lol en gemak zodra je via je telefoon incheckt op een bepaalde locatie. Wie is er dichtbij je, tips van insiders voor elke locatie en spelelementen en locatiegebonden promotie-acties maken de privacy-discussie ondergeschikt.

Sociale data

Nadat we allemaal aan het Twitteren zijn geslagen en profielen hebben op platforms als LinkedIn en Facebook is het nuttig en noodzakelijk geworden om iets te doen met alle data die we kunnen verzamelen over het gebruik van social media en hoe we hier beter van kunnen worden. beter op persoonlijk vlak, maar ook op het gebied van klantenservice, omzetverhoging, merkbeleving en ga zo maar door. Er zijn vele doelen te bereiken met goed gebruik van sociale media.

Sociale integratie

Aansluitend op het vorige punt is het van belang dat we sociale media niet meer als losse diensten zien. Integreer de mogelijkheden van sociale media in al je doen en laten. In je bedrijfsprocessen, je klanenservice, je marketingstrategie en zie hoe je door directer contact met je vrienden, je klanten en je doelgroep meer kan bereiken dan voorheen.

Sociale specialisatie

Sociale media zijn inmiddels niet meer in twee woorden weg te zetten als online exhibitionisme (zoals me deze week overkwam tijdens een workshop die ik gaf bij een uitgever van programmabladen). Het is tijd om specialisaties te zien in het gebruik van sociale media. Van CRM tot content strategie tot mond-tot-mond-reclame. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Volgend jaar ben ik er weer bij in Austin. En dan ben ik benieuwd of location based services echt grootschalig een voet aan de grond hebben gekregen.